Beethoven – Symfonie 6

In de jaren 1802 tot en met 1808 componeerde de in Wenen woonachtige Duitse componist Ludwig van Beethoven (1770-1827) zowel zijn Symfonie 5 als Symfonie 6. Ondanks zijn alsmaar heviger wordende doofheid bleef hij componeren. Tenslotte was de kwaal zo erg dat het niet meer mogelijk om een gesprek met hem te voeren, getuige de bewaard gebleven notitieboekjes waarin naast muzikale ingevingen ook fragmenten van gesprekken staan genoteerd.

Vergeleken met andere Beethoven symfonieën is de Symfonie 6 opus 68 in de toonsoort F de meest milde. In het werk valt weinig strijdlust en bombarie te bespeuren. In plaats daarvan onbekommerde en vreugdevolle natuurindrukken. Symfonie 6, met de bijnaam Pastorale is een verklanking van de atmosfeer van het platteland. Toen Beethoven steeds duidelijker de gevolgen van zijn doofheid begon te ondervinden, voelde hij zich meer en meer tot de natuur aangetrokken. Zodra het concertseizoen ten einde was vluchtte hij naar rustige oorden. De omstreken van Wenen met haar glooiende heuvels, valleien, kabbelende beken en ruisende korenvelden vormden voor hem een bron van inspiratie. De Pastorale schildert de stadsmens in de natuur. Toch gaat het verhaal dat Beethoven deze symfonie in zijn geheel thuis zou hebben gecomponeerd…

Deel 1: Opgewekte stemming bij aankomst in de ongerepte natuur, deel 2: Bij de beek, deel 3: Het vrolijke samenzijn van de boerenbevolking, en deel 4: Dankbare gevoelens na de storm.

BEETHOVEN SYMFONIE 6 NUMMER 224