Satie – Parade

Met zijn onafscheidelijke bolhoedje, zijn paraplu en puntige sikje zwierf de Franse componist Erik Satie (1866-1925) bij nacht en ontij door het Parijse uitgaansleven. Van een vaste woon en verblijfplaats was vaak geen sprake. Ondanks dat hij zich soms als een wereldvreemd figuur gedroeg, werd hij omringd door de groten van de kunstwereld. Zo ontwierp de kunstschilder Pablo Picasso de decors en kleding voor zijn Parade en schreef Jean Cocteau het scenario. Erik Satie raakte bevriend met Claude Debussy. Van het impressionisme moest hij echter weinig hebben. Satie wordt als de voorbereider en mentor van de componistengroep ‘Groupe des Six’ genoemd.

Zijn leraren op het conservatorium noemde hem de slechtste leerling van school. Hij had volgens hen geen talent. Bovendien was hij zeer lui. Om in zijn levensonderhoud te voorzien schreef de musicus tientallen liederen voor zangstem en piano. Hij voerde deze uit in cabarets en cafés. Later zou hij de liederen omwerken voor het klassieke repertoire. Een prachtig lied is Je te veux.

Satie wordt wel het enfant terrible van de Franse muziek genoemd. De première van zijn ballet Parade in mei 1917 veroorzaakte veel ophef. Satie gebruikte in het stuk ‘instrumenten’ die eigenlijk niets met muziek te doen hadden: een schrijfmachine, een sirene en een rad van fortuin. Dit werk leek een satirisch commentaar te zijn op het mistige impressionisme van diverse landgenoten. Verder gebruikte Satie merkwaardige titels voor zijn werken, zoals Drie stukken in de vorm van een peer en Uitgedroogde embryo’s. Natuurlijk kunnen we niet om zijn pianostukken heen. Het was met name pianist Reinbert de Leeuw die deze werken in Nederland populair maakte. Twee titels: Trois gymnopedies en Gnossienes.

SATIE PARADE NUMMER 499