Tsjaikovski – Pianoconcert 1

Als kind was Pjotr (Peter) Tsjaikovski (1840-1893) een vrolijke en levenslustige jongen. Zijn Symfonie 1 (Winterdromen) getuigt daarvan. Maar als jongeman werd zijn optimisme overschaduwd door aanvallen van diepe neerslachtigheid, wanhoop en depressies. Tsjaikovski zelf noemde deze dikwijls optredende dieptepunten ‘mijn kleine beroertes’.
Veel hinder ondervond Tsjaikovski van roddelende vrienden en kennissen die maar niet begrepen dat de componist als kluizenaar leefde en het vertikte om een vrouw te zoeken. De componist sprak over ‘die ellendige kletskousen die mij het leven zuur maken met hun dubbelzinnige toespelingen’ en zweeg angstvallig over zijn homoseksualiteit. Op een geven moment was hij het zat: ‘Van nu af ga ik serieuze pogingen ondernemen een echtverbintenis, met wie dan ook, te bewerkstelligen’, schreef hij aan een goede vriend.

‘In de prullenbak er mee!’ Dat was de reactie van muziekgrootheid Nicolai Rubinstein (1835 – 1881), pianist en componist en vriend van Tsjaikovski toen deze hem in 1874 zijn Pianoconcert 1 voorspeelde. Een klap in het gezicht van Tsjaikovski, die geestelijk toch al niet zo stevig in zijn schoenen stond. De kritiek was gebaseerd op het feit dat er reeds eerder een meesterwerk gebouwd was om vier tonen, namelijk Symfonie 5 van Ludwig van Beethoven (1770 – 1827)…

Maar Tsjaikovski kreeg zijn revanche en was in 1878 zelf de solist tijdens een grandioze uitvoering van zijn Pianoconcert 1 op de wereldtentoonstelling in Parijs. Wie kent niet het machtige openingsmotief uit dit werk?! Het motief van slechts vier tonen met daaropvolgend een welluidende orkestmelodie. Overigens was de premiere al eerder geschied, dat was in 1875 in Boston onder leiding van super dirigent Hans von Bülow.

In 2017 verscheen de roman Kolja van Arthur Japin met als hoofdrolspelers de broers Pjotr en Modest Tsjaikovski

TSJAIKOVSKI PIANOCONCERT 1 NUMMER 044