Albéniz – Iberia

De uit Catalonië (Spanje) afkomstige Isaac Albéniz (1860-1909) was door zijn imago als wonderkind naar het schijnt een moeilijk kind. Nog geen vijf jaar oud was hij toen hij voor publiek enkele muzikale werkjes ten gehore bracht. Vader Albéniz besloot het professioneel aan te pakken door zijn zoon naar Parijs te sturen, in die tijd het summum van de moderne muziek. Na Parijs studeerde hij aan het conservatorium van Madrid. Later zou hij in Brussel compositielessen nemen bij de Belgische componist Francois Auguste Gevaert (1828 – 1908).

Tijdens zijn studies bleek Isaac geen gemakkelijk persoon. Voortdurend kreeg hij het aan de stok met leraren en directies. Na zijn studies maakte hij als pianovirtuoos een wereldreis die hem ondermeer bracht naar de grote landen in Zuid-Amerika. Terug in Spanje was hij zijn wilde haren nagenoeg kwijt en ging serieus aan de slag. Albéniz was een groot bewonderaar van pianovirtuoos Franz Liszt (1811 – 1826).  Een kinderwens was om Liszt te ontmoeten, dit is echter niet gebeurd.

Van de ruim tweehonderd pianowerken die Isaac Albéniz schreef, stijgt de suite Iberia uit 1906 ver boven de anderen uit. De suite bestaat uit twaalf, technisch zeer moeilijke delen variërend qua inhoud van gemoedelijkheid tot virtuoos en explosief. In totaliteit duurt het stuk anderhalf uur.  Net als zijn andere werken herbergt Iberia soms opzwepende, bruisende Spaanse volksmuziek. Van het werk bestaan ook orkestuitvoeringen geschreven door collega componisten. Twee andere pianowerken van Albéniz: Espana en Suite Espanola.

Intussen wordt Isaac Albéniz gezien als de vernieuwer van de Spaanse klassieke muziek. Hij wordt gezien als een van de voorlopers van zijn landgenoot Manuel de Falla (1876 – 1946).

ALBÉNIZ IBERIA NUMMER 277