Bach C.P.E. – Magnificat
Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788) is de muziekgeschiedenis in gegaan met de bijnamen van de steden waarin hij werkte: ‘Berlijnse Bach’ of ‘Hamburgse Bach’. Carl Philipp was de tweede zoon en leerling van zijn vader, de grote meester Johann Sebastian Bach. Door zijn linkshandigheid kon Carl Philipp moeilijk het vioolspel onder de knie krijgen en legde zich daarom toe op het klavecimbelspel waar hij een groot talent voor bleek hebben. In 1767 slaagde hij er in de topfunctie als muziekdirecteur in Hamburg te veroveren als opvolger van Telemann. Opmerkelijk is dat zoonlief zijn vader in bekendheid overtrof! Tijdgenoot Mozart had grote waardering voor hem. Kort voor zijn dood dirigeerde Mozart, in 1788 Bachs oratorium Die Auferstehung und Himmelfart.
In zijn composities wilde hij de menselijke hartstochten overbrengen. Wat dat aangaat zou je hem al een romanticus kunnen noemen. Composities: symfonieën, sonates, een mooi Celloconcert in A, maar liefst 50 Pianoconcerten (fortepiano) en niet te vergeten een prachtig Magnificat.
Magnificat, de lofzang van Maria met de woorden ‘Mijn ziel maakt de Heer groot’, is een van de hymnen in het Nieuwe Testament (Lucas 1: 46-55). Het Magnificat wordt in de rooms-katholieke kerk gezongen tijdens de vespers. Veel componisten hebben een prachtig Magnificat op muziek gezet, waaronder Josquin de Prez, Monteverdi, Palestrina, Mozart, Rutter, Pärt en vele anderen. Overigens schreef vader Johann Sebastian (1685-1750) zelf ook een magnifiek Magnificat. Vooral het slot met de schitterende fuga’s – waar Johann Sebastian een patent op had – getuigt van grote klasse.
Als men het Magnificat uit 1749 van C.P.E., de tweede zoon van de grote Bach hoort, zal men goed moeten luisteren om er achter te komen of dit werk nu werkelijk van de ‘kleine’ of van de grote Bach is. Het verschil is nauwelijks te horen. Het is geschreven voor 4 zangsolisten, koor en orkest. Kort voor het overlijden van zijn vader kwam het werk tot stand. Het stuk duurt circa drie kwartier.
BACH C.P.E. MAGNIFICAT NUMMER 370
Nota bene
Vader Bach, Johann Sebastian, was in zijn tijd vooral beroemd als organist. Als je het in de 18e eeuw over Bach had, ging men er van uit dat je het over Carl Philipp Emanuel had, de vijfde zoon van Johann Sebastian.
Pas nadat Felix Mendelssohn de Matthäuspassion op 11 maart 1829 in de openbaarheid had gebracht begreep iedereen dat de vader het eigenlijke genie van de familie was.
In 1750, het sterfjaar van vader, had Carl Phillipp tevergeefs zijn zinnen gezet om de baan als cantor-organist aan de Thomaskirche in Leipzig over te nemen van zijn overleden vader.