Beethoven – Symfonie 7

Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) was één van de eerste componisten die financieel onafhankelijk was. Hij kon het zich veroorloven om niet in dienstverband te werken, zoals de meeste van zijn collega’s wel moesten. Beethoven was een kleine zelfstandige, die goede prijzen voor zijn werken wist af te dwingen. In de tijd dat zijn zevende symfonie ten doop gehouden werd, was hij de meest gespeelde en meest gevierde componist in Europa.

Het jaar 1812 was een druk jaar voor de toen al beroemde maar dove Ludwig van Beethoven. Een speciale gebeurtenis was dat hij eindelijk Johann Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) ontmoette. Bovendien begon hij zich te bemoeien met het leven van zijn jongste broer Casper Anton. Tussen alle bedrijven door vond hij tijd om enkele nieuwe werken te componeren, waaronder zijn Symfonie 7. De premiere was in 1813 tijdens een benefiet voor gewonde soldaten. In het orkest was Louis Spohr een van de violisten, maar ook Johann Nepomuk Hummel, Giacomo Meyerbeer en Antonio Salieri zaten tussen de orkestleden.

Beethoven vond zijn zevende symfonie minder geslaagd dan zijn achtste symfonie, die hij eveneens in 1812 schreef. Het publiek gaf echter de voorkeur aan Symfonie 7. Hoewel Beethoven het publiek verweet geen verstand van muziek te hebben, zijn tegenwoordig de meningen over de twee symfonieën onveranderd en steekt Symfonie 7 boven Symfonie 8 uit. De Zevende is beroemd en geliefd, vooral vanwege het allegretto, dat na de eerste uitvoering in Wenen op verzoek van het publiek herhaald werd.

Een opvallende gegeven van de zevende symfonie is de sterke aanwezigheid van het ritmische element. De bijnaam die al snel gegeven werd was ‘Danssymfonie’. De inleiding brengt geestdrift en blijmoedigheid. De populariteit van Symfonie 7 is met name te danken aan het tweede deel. Dit deel wordt ook wel de intiemste treurmars ooit geschreven genoemd. Richard Wagner gaf het de titel ‘Verlangende melodie’. Het derde deel is vitaal en getuigt wederom van een zekere blijdschap. De Boerendansen in het slotdeel zijn op het balorige af. Vol melodische schoonheid en ritmische vindingrijkheid stevent het orkest op het einde af.

Het tweede deel uit Symfonie 7 wordt gespeeld in de film The King’s Speech uit 2010.

BEETHOVEN SYMFONIE 7 NUMMER 165