Bellini – Norma

De Italiaan Vincenzo Bellini (1801-1835) stamt uit een Siciliaanse muzikantenfamilie. Hij was op en top operacomponist. Zijn werk zit barstens vol lyrische expressiviteit, oftewel sentimentaliteit. Opmerkelijk is dat tamelijk progressieve componisten als Wagner en vooral Chopin de Italiaan prezen om zijn melodische vondsten. Soms vergelijkt men de veel te vroeg gestorven Bellini (hij werd slechts vierendertig jaar) met collega-operacomponisten en tijdgenoten, Rossini en Donizetti.

Op twaalfjarige leeftijd leerde Bellini de werken van Mozart en Haydn kennen. Niet lang daarna ging hij zelf aan de slag als componist met vooral geestelijke werken. In 1825 werd hij bekend als operacomponist. Bellini raakte bevriend met Chopin. De gelijkenis tussen de twee blijkt onder andere uit hun lyriek en melodie. Bellini’s drie topopera’s zijn: La Sonnambula, Norma en I Puritani. Hij volbracht al deze drie opera’s in zijn laatste vier levensjaren, toen hij al aan het ziekbed gekluisterd was.

De rode draad in de opera Norma uit 1831 is trouw en ontrouw van de gelijknamige priesteres. Zowel Norma als haar geliefde vinden de dood op de brandstapel. In Norma vinden we prachtige voorbeelden van belcanto (mooi zingerij) en coloratuur (techniek) zoals: Casta Diva en het duet Mira, O Norma.

Bellini speelde dikwijls met merkwaardig romantische verhalen waarin de hartstochten hoog oplaaien en die de toehoorders flink ontroeren. Voor zijn opera’s worden zangers van het hoogste niveau verlangd. Met name van de sopraan- en tenorpartijen wordt een enorme vakkundigheid geëist. Twee grote sopranen uit de moderne tijd die de titelrol op grandioze wijze vertolkten, waren Maria Callas en Joan Sutherland. Zou Bellini niets anders gecomponeerd hebben dan de openingsaria Casta Diva, dan zou hij toch al onsterfelijk geworden zijn.

BELLINI NORMA NUMMER 255