Berlioz – Carnaval Romain

In een dorpje dichtbij Grenoble in de Franse Alpen werd Hector Berlioz geboren. Als kind verslond hij literatuur. Zo las hij Shakespeare, Goethe en Virgilius. Berlioz groeide op in een streng katholiek gezin. Naar zijn oordeel had deze streng gelovige opvoeding weinig invloed op zijn latere leven. Als volwassene hield hij zich niet meer op met geloof en kerk. Zijn vader, een arts, haalde hem van de middelbare school omdat hij het onderwijs bedroevend slecht vond. Hij zou zijn zoon in het vervolg lesgeven. Over de carrière van zijn zoon was vader zeer uitgesproken: ‘Mijn Hector musicus? Over mijn lijk!’.

Er werd in huize Berlioz (1803-1869) aardig wat aan muziek gedaan, maar vreemd genoeg had de familie geen piano, zodat de muzikale Hector zich overgaf aan fluitlessen en de gitaar. Het was de gitaar die hem de meerstemmigheid bijbracht. De meeste componisten denken pianistisch omdat ze bijna allemaal zijn grootgebracht met de piano. Berlioz dus niet. Desalniettemin instrumenteerde hij als geen ander. Zo voegde hij nieuwe instrumenten toe aan het symfonieorkest, zoals de althobo en basklarinet.

Een staaltje van zijn instrumentatiekunst is de Symfonie Fantastique uit 1830, maar ook het nog geen tien minuten durende Carnaval Romain opus 9 uit 1844. Dit stuk was oorspronkelijk bedoeld als inleiding tot de tweede akte van zijn opera Cellini. Doch die opera flopte volledig. (De ouverture wordt echter met regelmaat uitgevoerd). De solo van de althobo (het voorspel van een liefdesduet) is een van de mooiste die ooit voor dit instrument geschreven is. Berlioz wordt beschouwd als een belangrijk vertegenwoordiger en vernieuwer van de romantiek.

BERLIOZ CARNAVAL ROMAIN NUMMER 236