Berlioz – Requiem

Toen vader Berlioz vernam wat zijn zoon in Parijs uitspookte in plaats van medicijnen studeren, trok hij zijn financiële steun in. Muzieklessen volgen in plaats van colleges lopen dat was niet de afspraak! De familiebanden werden (tijdelijk) verbroken en de achttienjarige Hector Berlioz moest zelf voor zijn levensonderhoud zorgen. Gevolg was dat Hector zich genoodzaakt zag om als straatmuzikant een paar centjes bij te verdienen.

De Fransman Hector Berlioz (1803-1869) was zijn tijd ver voor uit. Samen met muziekheld Franz Liszt en operacomponist Richard Wagner werd hij tot de progressieve componisten van de Romantiek gerekend. Vaak werd hij door zijn nieuwe manier van componeren niet begrepen. Als gevolg daarvan kreeg Berlioz veel kritiek te verduren. In zijn memoires bijt hij zijn vijanden toe: ‘Gij waanzinnigen, stomme honden en stieren, slangen en insecten, vaarwel. Ik veracht u en ik hoop u te hebben vergeten wanneer ik zal sterven’.

Net als z’n collega Wagner hield Berlioz van groots opgezette werken. Zijn droom was ooit een magistraal werk te componeren. Zijn wens ging in vervulling toen de Franse staat hem vroeg een groot werk te schrijven. Voor zijn Requiem, met de ondertitel  Grande messe des morts (1837) had hij maar liefst vierhonderd musici en zangers nodig. Hij schreef het stuk ter nagedachtenis aan de soldaten die tijdens de laatste oorlog waren omgekomen (Juli revolutie 1830). Tijdens de première schrokken de mensen toen tijdens het Dies Irae (Dag des oordeels) behalve het grote orkest ook uit vier hoeken van de zaal fanfares speelden. Door zijn grote omvang wordt het requiem zelden uitgevoerd, neem alleen al de batterij van 12 pauken en de extra koperblazers die er voor de uitvoering nodig zijn. Gelukkig kent het meesterwerk ook verstilde momenten. Al met al een overweldigend werk.

BERLIOZ REQUIEM NUMMER 105