Boccherini – Celloconcert

De vader van Luigi Boccherini (1743-1805) was contrabasspeler. Toen Luigi dertien jaar was, werd hij naar Rome gestuurd om daar bij de kapelmeester van de Sint Pieter te studeren. Met zijn vriend Manfredi vormde hij een strijkerensemble waarmee verschillende tournees werden ondernomen. In 1780 werd hij benoemd tot componist aan het Spaanse hof.

Met zijn meer dan honderd strijkkwartetten en bijna honderdveertig strijkkwintetten, mag Luigi Boccherini met overmacht tot de koning van de kamermuziek gekroond worden. Bij het grote publiek is Boccherini vooral bekend om zijn Menuet uit het strijkkwintet Opus 13 in E (een menuet is een eenvoudige dans in driekwartsmaat). In zijn tijd deed men een beetje lacherig over deze twee meter lange Italiaan. Hij was vrouwelijk van aard en week nimmer af van zijn vriend Manfredi, eveneens strijker van beroep. Men noemde hem spottend de vrouwelijke Haydn. Deze titel had hij niet alleen te danken aan zijn geaardheid, maar ook aan de soort muziek waarmee zowel Boccherini als Haydn aan het knutselen waren met kamermuziek voor strijkinstrumenten.

Boccherini componeerde 12 celloconcerten waarvan nummer 9 in Bes het meest wordt uitgevoerd. Samen met de celloconcerten van Elgar, Dvorak, Schumann, Haydn, Vivaldi, Saint Saens en Sjostakovitsj beschouwt men het Celloconcert van Boccherini tot de hoogtepunten van de cello-literatuur. Het eerste deel van het Celloconcert in Bes (1760/1770) opent met een hartelijk ‘Lang zal-ie leven’-thema. Zodra de cello aan bod komt, wordt er kostelijk op dit beginthema gevarieerd. Na een ietwat droevig en loom middendeel, keert de vrolijkheid terug. Al met al een gracieus en melodieus concert. Het kan niet anders of men moet op dit Celloconcert heerlijk gedanst hebben Dat de componist zelf strijker was, is duidelijk te horen aan de bezetting van het orkest, dat slechts uit strijkers en hoorns bestaat.

BOCCHERINI CELLOCONCERT NUMMER 359