Brahms – Deutsches Requiem

In de rij van de gangbare requiems neemt het Deutsches Requiem van de Duitse componist Johannes Brahms (1833 – 1897) een zeer aparte plaats in. Het koorwerk zit bol van overpeinzingen over de sterfelijkheid van de mens en over de hoop op een beter leven in het hiernamaals. Zowel qua tekst als muzikaal is het werk somber en ingetogen. De treurmis is een groot werk, geschreven voor koor, solisten en symfonieorkest, soms met orgel. Het werk telt 7 delen en duurt langer dan een uur. Brahms voltooide het werk toen hij 35 jaar was.

De Lutherse Brahms heeft voor dit werk gekozen voor bijbelteksten en heeft de traditionele woorden van de Latijnse requiem-mis weggelaten. Het werk heeft als titel Ein Deutsches Requiem, nach Worten der Heiligen Schrift opus 45.  De teksten voor het eerste deel van het requiem haalde Brahms uit Matthaus 5: ‘Selig sind die da Leid tragen’. In dit deel ontbreken de violen, wat direct al een sombere sfeer oproept. Het tweede deel ‘Denn alles Fleisch ist Gras’ (Petrus 1) is een van de mooiste stukken treurmuziek uit de muziekhistorie. De geheimzinnige paukenslagen roepen in dit deel een emotionele, haast onheilspellende sfeer op.

In 1856 stierf Brahms’ mentor, de componist Robert Schumann. Korte tijd later pakte Brahms een langzaam deel uit de kast dat ooit bedoeld was voor een pianoconcert. Hij bewerkte dat tot een deel voor koor met bijbelteksten. Dat was het begin van het Deutsches Requiem. Toen zijn moeder tien jaar later overleed, voltooide de componist het monumentale werk. Het werk was in 1868 klaar. Toch is het Deutsches Requiem niet rechtstreeks verbonden met de dood van Schumann of van zijn moeder. Brahms liep al jaren rond met het plan om een requiem te schrijven voor de mensheid. Hij wilde geen requiem voor de doden, maar als troost voor de levende nabestaanden. Eigenlijk had Brahms het werk Een menselijk requiem willen noemen. In 1868 dirigeerde hij zijn requiem in de Dom van Bremen.

BRAHMS DEUTSCHES REQUIEM NUMMER 008