Brahms – Symfonie 1

Toen er na de negende symfonie van Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) eindelijk weer eens een symfonie van formaat werd geschreven, zou de componist van dit werk, Johannes Brahms (1833-1897) gezegd hebben: ‘Er zijn gekken die me met Beethoven vergelijken.’ Maar zo gek was die vergelijking niet: beide Duitsers vonden hun geluk in Wenen, waren klein van stuk, kleedden zich slordig, hielden van een slokje, bleven ongehuwd en konden zeer lomp uitvallen als iemand hen aansprak. En wat de componeer stijl betrof, leek het alsof Symfonie 1 (1876) van Brahms de opvolger was van Beethovens negende.

Neem alleen het hoofdthema uit Symfonie 1, niemand kan er omheen dat dit alle kenmerken vertoont van het koraalthema uit Beethovens negende. Brahms had zijn Symfonie 1 al een tijdje op zak, maar wilde er nog niet mee naar buiten te komen. Het zou immers de eerste symfonie na de negende van Beethoven worden! Op aandringen van zijn vriendin Clara Schumann (1819 – 1896) heeft hij het werk uiteindelijk toch uitgebracht. In alle rust componeerde Brahms zijn Symfonie 1 en Symfonie 2, alsmede Ein Deutsches Requiem in zijn lievelings huis in Baden Baden, een huis op een heuvel met een schitterend uitzicht, en op een steenworp afstand van Clara Schumann.  De 43 jarige Brahms zelf dirigeerde de première in Karlsruhe. De pers was tevreden en kwam direct met een bijnaam: de tiende van Beethoven.

Uit een klagende inleiding ontpopt zich een heftig hoofdthema dat de sfeer van de hele symfonie bepaalt en door alle delen weer opduikt. Het is vooral de milde klank van de hobo die rust en lyriek brengt. Volgens kenners begint het werk pas echt interessant te worden in het vierde deel, daar waar de magistrale hoornsolo begint, daar gaat het volgens hen echt de kant van Beethoven uit. Brahms zou uiteindelijk 4 symfonieën componeren.

BRAHMS SYMFONIE 1 NUMMER 284