Bruckner – Symfonie 3

De Oostenrijker Anton Bruckner (1824 – 1896) droeg zijn Symfonie 3 in d mineur op aan zijn idool Richard Wagner (1813 – 1883). In het werk citeert de componist thema’s van Wagner. Bruckner beschouwde de Duitse operagigant als een halfgod. Een bekende uitspraak van de bescheiden componist en organist: Als Wagner spreekt hebben wij te zwijgen.

Het is bekend dat Bruckner uiterst gevoelig was voor kritiek. Van bijna al zijn symfonieën bestaan verschillende versies. Maar liefst drie keer herschreef Bruckner zijn Symfonie 3. Zijn lange symfonieën werden in zijn tijd nauwelijks begrepen. Collega componist en dirigent Gustav Mahler (1860 – 1911) was een uitzondering. Hij zag wel degelijk een groot componist in de kleine kale man. Spottend noemde hij zijn landgenoot ‘Half idioot, half genie. Overigens was het Mahler ook niet gegund om succes te hebben met zijn breed uitgesponnen symfonieën. Het is niet vreemd dat de twee vaak met elkaar vergeleken worden.

Toen Bruckner in 1877 de première van Symfonie 3 dirigeerde verliet een deel van het publiek de concertzaal. Enkele musici weigerden het stuk tot het slot uit te spelen. Voor de onervaren dirigent werd het concert een ramp. Het Weense publiek, verwent met doorgaans uitstekende concerten, kon de langdradigheid en mysterieuze klanken niet verwerken.

Heden ten dagen is dit gelukkig anders gesteld. Velen dragen de muziek van Bruckner op handen. Vooral zijn langzame delen zijn vaak van grote schoonheid. In het geval van Symfonie 3 betreft het de eerste 2 delen: 1. Misterioso. 2. Adagio (met de toevoeging emotioneel). Deel 3 en 4 hebben de aanduidingen Scherzo en Allegro. Zoals meestal in de symfonieën van Bruckner vervult het koper een hoofdrol.

BRUCKNER SYMFONIE 3 NUMMER 673