Bruckner – Symfonie 7

Eindelijk begrepen ze hem. Hij had er maar liefst zestig jaar op moeten wachten, maar nu kreeg hij dan applaus. Daar was dan zijn  erkenning: zijn Symfonie 7 (1883) was een succes. In 1885 dirigeerde de vermaarde Arthur Nikisch het sterk melodische werk met haar prachtige klankkleuren naar de welverdiende roem. Anton Bruckner was erkend als componist!

Maar er was ook verdriet voor Bruckner; zijn idool en grote voorbeeld Richard Wagner, stierf in 1833. Als eerbetoon aan hem schreef Bruckner het slotdeel van zijn zevende symfonie geheel als ‘In memoriam’, compleet met de Wagnertuba, een instrument dat door Wagner werd ontwikkeld.

De Oostenrijker Bruckner (1824-1896) keek huizenhoog op tegen operagigant Wagner. Tijdens hun eerste ontmoeting viel Bruckner voor de maestro op de knieën. Zijn eerbied was zó groot dat hij nooit ging zitten als Wagner in de buurt was. Zijn derde symfonie droeg hij aan Wagner op, maar tijdens de première liep de zaal leeg. De zoveelste teleurstelling voor de eenvoudige dorpsonderwijzer en organist.

Toen Bruckner vernam dat zijn idool gestorven was, was hij bezig de laatste hand te leggen aan het adagio van zijn Symfonie 7. Uit eerbied voor Wagner veranderde hij het adagio in een grootschalig muziekstuk dat evenveel tijd in beslag neemt als de eerste drie delen tezamen!

Sinds het uitkomen van de symfonie wordt het adagio regelmatig als zelfstandig muziekstuk uitgevoerd, vooral tijdens plechtige en treurige gebeurtenissen. Men noemt het adagio zwaarmoedig, maar het kent ook fragmenten van hoop… (Het adagio klonk op de Duitse radio toen de dood van Hitler bekend werd gemaakt).

De 4 delen zijn: 1 Allegro – 2 Adagio – 3 Scherzo – 4 Finale

BRUCKNER SYMFONIE 7 NUMMER 122

Nota bene

Ze hadden de hele avond zitten pimpelen. Tussen de glazenbier lagen Symfonie 2 en 3. Wagner mocht kiezen welke van de twee aan hem opgedragen zou worden, het werd Symfonie 3. De volgende dag had Anton een kater en wist niet meer welke van de twee door Wagner was gekozen. Zijn huishoudster wist dat het die met de trompetten was, Symfonie 3.

Voor de uitvoering van Symfonie 3 was geen dirigent te vinden. Brucker moest de klus zelf klaren. Tijdens de eerste repetitie stond hij enkele minuten met het dirigeerstokje op de bok totdat de concertmeester zei: ‘Wij zijn klaar, u kunt beginnen maestro.’ Waarop Bruckner antwoordde: ‘Oh nee, heren, na u, na u.’ Tijdens de repetities deden de orkestleden vervelend tegen de verlegen dirigent. Ze speelden vals, sloegen maten over en deden er alles aan om hem te treiteren.