Diepenbrock – De vogels

De in Amsterdam geboren Alphons Diepenbrock (1862-1921) was als musicus autodidact. Hij studeerde klassieke talen en heeft later deze klassieke achtergrond herhaaldelijk gebruikt in zijn toneelmuziek waaronder de ouverture voor orkest uit 1917 De Vogels, geïnspireerd op een blijspel van Aristophanes. Deze ouverture is bijzonder populair gebleven. Hij componeerde het stuk voor een toneeluitvoering door leerlingen van het Stedelijk Gymnasium te Amsterdam toen hij daar als leraar klassieke talen werkzaam was.

Andere werken zijn Elektra (van Sophocles) en Gijsbreght van Aemstel (van Vondel) en een Ode aan Rembrandt. Zijn eerste grote bekendheid verwierf hij in 1902 met zijn Te Deum. Voor zang en piano componeerde Diepenbrock veel liederen met pianobegeleiding waaronder Lied der Spinnerin, Der Abend, Clair de lune, Die Nacht, en Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen. Ook schreef hij liederen met begeleiding van symfonieorkest, waaronder Hymnen aan de nacht. In dit opzicht was hij een van de voorlopers van de grote Gustav Mahler. Van zijn kerkmuziek noemen we de grote mis Missa.

In het buitenland wordt Diepenbrock beschouwd als de belangrijkste componist van de nieuwe lichting van Nederlandse componisten en de grootste componist na Sweelinck (1562-1621). Diepenbrock was een neef van architect Pierre Cuypers, die hij zeer bewonderde.

Nederlandse componisten uit de tijd van Diepenbrock zijn onder andere: Bernard Zweers, de componist van het nationaal getinte stuk Aan mijn Vaderland, Cornelis Dopper met zijn Rembrandt symfonie, Amsterdamse symfonie en Zuiderzee symfonie en Johan Wagenaar van de Getemde feeks en Schipbreuk.

DIEPENBROCK DE VOGELS NUMMER 137