Dukas – L’apprenti sorcier

De in Parijs geboren Paul Dukas (1865-1935) is het meest bekend van zijn symfonisch gedicht Tovenaarsleerling (L’apprenti Sorcier) uit 1897 naar een ballade van Goethe. Dukas bezocht vanaf zijn zeventiende het conservatorium van Parijs, waar hij onder andere samen met Claude Debussy studeerde. De twee werden vrienden voor het leven. Als componist toonde Dukas een sterke voorliefde voor dramatische onderwerpen. Helaas vernietigde hij de meeste van zijn werken.

Filmmaker Walt Disney had er een handje van om klassieke thema’s in zijn tekenfilms op te nemen. Zelfs complete verhalende muziekstukken werden door hem verfilmd. Zo liet hij bijvoorbeeld Mickey Mouse opdraven in de verfilming van het muzieksprookje de Tovenaarsleerling.

De inleiding, waarin we een geheimzinnig spelend orkest horen, laat ons kennismaken met het kasteel waarin een tovenaar met zijn leerling woont. Als de tovenaar de leerling alleen laat, gaat deze aan de slag met een toverspreuk  (paukenslag). Een fagot speelt een tot leven geroepen bezem die water gaat halen. De leerling gaat in bad en laat zich door de bezem lekker schrobben. Als het bad over dreigt te lopen, beveelt de leerling de bezem te stoppen. Als de bezem dat weigert, doen een paar flinke slagen met de bijl hem splijten. Al snel komt de gebroken bezem echter weer in beweging en dan is het water niet meer te stuiten. Er wordt nu dubbel zoveel water gehaald. De leerling roept om hulp (hoorns), de tovenaar komt thuis en spreekt snel een toverspreuk uit. Alles is weer bij het oude. Tot slot speelt de soloviool een klaagmelodie; de leerling heeft spijt.

DUKAS L’APPRENTI SORCIERVNUMMER 062