Gossec – Requiem

De componist François-Joseph Gossec (1734 – 1829) werd als boerenzoon in het Belgische Vergnies geboren. Zoals zovele componisten voor hem zong hij als kind in een kerkkoor. Als 8 jarige zong hij mee in het koor van de beroemde Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. Behalve zingen leerde hij viool- en pianospelen en kreeg de nodige muziektheorie. Als jongeman reisde hij af naar Parijs en werd musicus in het orkest van de beroemde Jean-Philippe Rameau. Opmerkelijk is te noemen dat hij het contact met zijn familie verbrak.

Gossec heeft verschillende hof orkesten gedirigeerd. Ook was hij zeer ijverig met componeren, waaronder symfonieën. In 1760 brak de 26 jarige Gossec door met de uitvoering van zijn Requiem (Grande Messe des Morts), een anderhalf uur durend muziekwerk, uitgevoerd in de Jacobine Kerk te Parijs. Het werk wordt beschouwd als de eerste grote symfonische dodenmis. Een ander groots religieus muziekwerk is het Te Deum dat hij opdroeg aan koningin Marie-Antoinette. Ten tijde van de Franse revolutie werd zijn muziekstuk Marche Lugubre veelvuldig uitgevoerd.

De luisteraars moeten versteld hebben gestaan toen zij het Requiem van Gossec in 1760 hoorden. Nieuw was de begeleiding van een symfonieorkest met trompetten, trombones, klarinetten en hoorns. Het Laatste Oordeel (Dies Irae) met zijn fortissimo moet voor de toenmalige luisteraar huiveringwekkend geweest zijn.

Het Requiem van Gossec, compleet met Tuba Mirum en Dies Irae, was een voorbeeld voor het Requiem KV 626 van Mozart. Andere soortgelijke symfonische Requiems zijn die van Fauré, Cherubini, Berlioz, Schumann, Dvorák, en Verdi.

GOSSEC REQUIEM NUMMER 771