Kodály – Dansen uit Galanta

Al jaren waren de twee Hongaarse vrienden, Zoltán Kodály (1882-1967) en Béla Bartók (1881-1945) op zoek naar de oorsprong van de muziek uit hun vaderland. In hun speurtocht stroopten zij Hongarije en omliggende landen af. Op een ouderwetse fonograaf legden zij liedjes en melodietjes vast, die gezongen werden door eenvoudige plattelandsbewoners en oude dorpsmuzikanten die op hun krakkemikkige instrumenten muziek uit vervlogen tijden speelden. Er ontstond zo een intensieve samenwerking en een levenslange vriendschap tussen de twee componisten. Duizenden volksliedjes en volksdansen werden genoteerd en op een eenvoudige fonograaf vastgelegd. Dit alles resulteerde in een soort volksmuziekmuseum. De twee componisten zijn van groot belang geweest voor de muzikale erfenis van de Balkan.

Voor Zoltán Kodály zou de volksmuziek – en dan vooral de muziek van de boerenbevolking – een belangrijke rol in zijn leven spelen. De grote werken die Bartók en Kodály later zouden maken, werden uiteraard sterk beïnvloed door de volksmuziek uit Hongarije. Kodály heeft verder invloed gehad op het muziekonderwijs in zowel Europa als Amerika. Hij ontwikkelde onder andere een – nu nog altijd populaire – solfègemethode voor de schooljeugd.

Kodály componeerde de Dansen uit Galanta uit 1933 ter gelegenheid van het tachtigjarige bestaan van het symfonieorkest van Boedapest. Het werk bestaat uit vijf delen die zonder onderbreking in elkaar over gaan. De componist gebruikt in zijn werk zigeunerdansmuziek welke hij omwerkte voor zijn Dansen uit Galanta.

In de plaats Galanta, waar zijn vader stationschef was, bracht Kodály zeven jaar van zijn jeugd door. Galanta is een klein Hongaars marktstadje, op de weg van Wenen naar Boedapest. Vroeger was dit zeer bekend bij reizigers.

KODÁLY DANSEN UIT GALANTA NUMMER 237