Landini – Oeuvre

Francesco Landini was een Italiaans componist, organist en zanger. Hij werd in 1325 in Fiesole geboren en stierf in 1397 in Florence. Er is weinig bekend over deze blinde musicus die het licht in zijn ogen kwijtraakte door de pokken. Landini, van wie zeker een tweehonderd werken bewaard zijn gebleven was de bekendste componist van de overgang naar de Renaissance. Men noemt deze tijd wel Trecento (It voor 300 of mille trecento, 1300). De periode verwijst naar het begin van de renaissance in de kunstgeschiedenis.

Een tijdgenoot van hem was de schilder Giotto (1267 – 1337). Aanvankelijk zou Landini het beroep van schilder gaan uitoefenen, hetzelfde beroep van zijn vader die tot de Florentijnse school van Giotto behoorde.

In 1361 werd Landini organist in een klooster in Florence. In 1365 werd hij hoofd van de kerk van San Lorenzo

Landini bleek een uitgesproken renaissance figuur. Zo gaf hij blijk van meerdere kwaliteiten, waaronder muziek, klavierspeler, zanger, dichter, componist, maar ook had hij een gedegen kennis van filosofie en astrologie.

Landini liet 150 liederen na, waarvan 140 balladen en een tiental madrigalen. Tegenwoordig is de componist bekend van de Landini-cadens, waarbij de bovenste stem van de 7e trap van de toonladder zakt naar de 6e trap alvorens naar de grondtoon te gaan.

LANDINI OEUVRE NUMMER 892

Nota bene

Het tijdvak Renaissance is de cultuurgeschiedenis van Europa -met name in Italië- welke volgt op de Middeleeuwen. Men laat de Renaissance meestal beginnen in het jaar 1400. Het gaat hierbij meestal over Schilderkunst (Da Vinci – Michelangelo) Beeldhouwkunst, Muziek, Architectuur.

Kunstenaars waren tijdens de Renaissance veelzijdig. Dit was een ideaal dat zich tijdens de Renaissance ontwikkelde: De universele mens, (homo universalis) kan alles doen als hij maar wil…
Sommigen waren behalve wetenschapper ook kunstenaar. Kunstschilders deden ook aan beeldhouwen. Componisten waren vaak ook musicus, zanger en/of prediker.

De Renaissance was het tijdvak van de grote veranderingen: boekdrukkunst, kompas, papier, buskruit, ontdekkingsreizen, kerkhervorming (Luther).

Muziekinstrumenten die verder ontwikkeld werden waren: gitaar, harp, blokfluit, trombone, klavecimbel.