Mahler – Symfonie 4

Gustav Mahler (1860 – 1911) was misschien wel de grootste symfonicus na Beethoven, doch in zijn tijd was hij volledig onbegrepen. Als componist dan, want als dirigent oogstte hij de grootste roem die een musicus zich maar kan voorstellen. Als leider van het orkest stond hij op eenzame hoogte. Hij dirigeerde de grote operahuizen in Europa en was vaste dirigent van de Wiener Philharmoniker. Mahler als persoon was een tobber, een vrijwel onmogelijk mens voor zichzelf, zijn gezin en zijn omgeving. Als sterdirigent was hij soms de schrik voor zijn musici. Hij verlangde discipline en perfectie. Dit werd hem niet altijd in dankbaarheid afgenomen en zou men dit uiteindelijk niet meer accepteren…

Rond 1900 ontmoette hij Alma Schindler. Men noemde haar het mooiste meisje van Wenen. Mahler zou met haar trouwen. Doch ook hier ging het mis. Alma, behalve belezen en muzikaal, was een vrouw van de wereld en niet vies van een verzetje. Het duurde dan ook niet lang voordat andere minnaars (niet tevergeefs) aan haar deur klopten.

Symfonie 4 uit 1901 van Mahler heeft het predicaat gekregen van de zonnigste, meest opbeurende en minst langdurende van al zijn symfonieën.

Mahler probeert in dit werk de sfeer te scheppen van het idyllische Oostenrijkse landschap. Hij vond de liefde terug van zijn land en van zijn kindertijd. Een sopraan zingt in het laatste deel een loflied op de vreugde hier en in het hiernamaals, waar de wijn gratis is en de engelen broodbakken.  Dit lied Wir geniessen die himmlische Freuden stamt uit Mahlers Des Knaben Wunderhorn.

Maar Mahler zou Mahler niet zijn als de dood ook niet even om de hoek komt kijken. In het tweede deel wordt een dodendans voorgeschoteld met een griezelig solerende viool. Wat instrumentatie betreft is de Symfonie 4 mild te noemen. Het werk is voor de beginnende Mahler-luisteraar een prima start.

MAHLER SYMFONIE 4 NUMMER 050