Max Bruch – Kol Nidrei

De Duitse componist Max Bruch  (1838-1920) was de zoon van een ambtenaar uit Keulen. Van zijn moeder kreeg hij zijn eerste muzieklessen. Hij was slechts veertien jaar oud toen zijn eerste symfonie in première ging. Na zijn conservatoriumstudie werd hij een graag gezien dirigent in Duitsland en het Engelse Liverpool. Bruch keerde zich fel tegen de muziek van de Neu-Deutsche Schule, waar progressievelingen als Liszt, Wagner en Berlioz het voor het zeggen hadden. Met latere componisten als Richard Strauss en Paul Hindemith had hij ook weinig mee.

Van 1890 tot 1910 was hij professor aan de Berlijnse academie voor kunsten. In 1893 werd hij eredoctor in Cambridge. Tijdens zijn leven was Doctor Max Bruch een beroemdheid, maar intussen is zijn ster wat verbleekt. Bruch schreef opera’s, symfonieën, koormuziek en flink wat kamermuziek. Helaas is veel van zijn werk in de vergetelheid geraakt en ligt het nu te rusten in bibliotheken.

Eigenlijk best een beetje sneu voor Bruch dat de meeste mensen hem alleen kennen van zijn machtige Vioolconcert in g mineur. Maar de kenners weten dat Bruch ook nog een ander belangrijk werk schreef: Kol Nidrei (1880), een adagio Hebreeuwse melodieën voor cello en orkest. Bruch schreef het op een bestaande melodie uit de 18e eeuw. Het werk wordt ook wel ‘een gebed voor cello en orkest’ genoemd. Een juiste naam, want Kol Nidrei is een Aramees woord voor ‘Alle geloften’. Dit gebed wordt voorgedragen bij de aanvang van de synagogale avonddienst van de Grote Verzoendag. Het betreft een soort vergiffenis van niet nagekomen geloften van het afgelopen jaar. Tijdens het nationaalsocialisme (nazisme) werd hij vanwege zijn Kol Nidrei als Jood beschouwd en verdween hij van het toneel en werden zijn werken in Duitsland nauwelijks meer uitgevoerd.

BRUCH KOL NIDREI NUMMER 164