Mendelssohn – Kamermuziek

Het meest bekende werk van de in Hambrug geboren componist Felix Mendelssohn Bartholdy (1809 – 1847) is ongetwijfeld de Midzomernachtsdroom, gevolgd door het Vioolconcert in e mineur, Symfonie 4, bijgenaamd de Italiaanse en zijn oratoria Elias en Paulus. Behalve componist was hij pianist, organist en dirigent.

Behalve zijn grote standaard werken heeft hij ons een schat aan kamermuziek nagelaten. We denken dan aan zijn strijkkwartetten en kwintetten, pianokwartetten en kwintetten, het fameuze octet voor strijkers en twee pianotrio’ s. Opmerkelijk is dat Mendelssohn de meeste stukken kamermuziek als puber gecomponeerd heeft.

Een absolute topper onder Mendelssohns kamermuziek is het Octet voor strijkers dat hij in 1825 als zestienjarige schreef. Glans en perfectie, gedreven door zijn jeugdige geestdrift maken het stuk tot een van de wonderen van de kamermuziek. Documentairemakers, televisie- en filmmakers maken dankbaar gebruik van de schitterende melodieën die het Octet voor strijkers herbergt.

Een ander voorbeeld van Mendelssohns genie is het Pianotrio in d mineur voor viool cello en piano, opus 49 uit 1839. Dit Pianotrio 1 is een zeer  romantische werk dat barstensvol zit met lyriek en waarin alle drie partijen glansrollen vervullen. Collega en vriend Robert Schumann over dit Pianotrio 1: Mendelssohn is de Mozart van de negentiende eeuw! In 1845 componeert Mendelssohn zijn Pianotrio 2 opus 66.

Mendelssohn schreef een zevental Strijkkwartetten. Als jongen van 14 schreef hij het Strijkkwartet in Es, daarna volgden Strijkkwartet 1 in Es , en Strijkkwartet 2 in a mineur. Als 30 jarige kwamen daar de Strijkkwartetten 3, 4 en 5 bij, respectievelijk in D, e mineur en Es. In zijn sterfjaar 1847 voltooide Mendelssohn het Strijkkwartet 6 in f mineur. Hij gaf het kwartet de bijnaam Requiem for Fanny. Zijn zus Fanny overleed op 17 mei van dat jaar.

Twee Strijkkwintetten heeft Mendelssohn op zijn naam staan: Strijkkwintet 1 in A opus 18 werd gecomponeerd in 1831 en het zeer populaire Strijkkwintet 2 in Es opus 87 kwam in 1845 tot stand.

Als dertienjarige, in 1822, componeerde Mendelssohn het Pianokwartet in C opus 1 (piano, viool, altviool en cello.) Een jaar later volgde het Pianokwartet 2 opus 2 in f mineur. Het Pianokwartet 3 in b mineur voltooide de jonge componist in 1825.

In 1824, als vijftienjarige, componeerde Mendessohn zijn opus 110, het Sextet in D voor piano, viool 2 altviolen, cello en contrabas. Het stuk duurt circa 30 minuten en kent 4 delen: allegro, adagio, menuet, allegro.

MENDELSSOHN KAMERMUZIEK NUMMER 675