Messiaen – Turangalïla-symfonie
De Fransman Olivier Messiaen (1908 – 1992) geldt als een van de meest belangrijke componisten van de twintigste eeuw. Behalve componist was hij organist en pianist, maar ook ornitholoog.
In krijgsgevangenschap tijdens Wereldoorlog II schreef hij in het gevangenkamp voor enkele eveneens aanwezige musici Quatuor pour la fin du temps. Messiaen was een overtuigd katholiek, die componeerde ter ere van zijn schepper. Een voorbeeld van zijn diepe geloof komt tot uiting in de twintigdelige piano cyclus Vingt regards sur l’Enfant Jésus uit 1944. Hij stuk duurt twee uur. Messiaen betuigt eveneens zijn Goddelijke liefde in het stuk Trois petites liturgies de la présence divine. Zijn liefde voor de vogeltaal, net als de heilige Franciscus van Assisi (1181 – 1226) die hij vereerde, zette hij om in tal van composities.
De meeste werken van Messiaen zitten bol van liefde, met name liefde voor God. De Turangalïla-symfonie, gecomponeerd tussen 1946 en 1948, is echter een loflied op de wereldlijke, de romantische liefde. Men spreekt soms over Messiaens liefdessymfonie. Ten tijde van de totstandkoming van de symfonie was Messiaen onder de indruk van het beroemde Tristanmotief uit de opera Tristan und Isolde (1865) van Richard Wagner (1813 – 1883). Messiaen schreef het werk in opdracht van het Boston Symphony Orchestra
De Turangalïla-symfonie vraagt een uitgebreid orkest van rond de honderd musici alsmede een tiental slagwerkers, een pianist en een Ondes-Martenot (elektronisch klavierinstrument, een soort voorloper van de synthesizer.) Het geheel is een kleurrijk klankspel. Het werk duurt ongeveer een uur en een kwartier.
Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.
MESSIAEN TURANGALÏLA-SYMFONIE NUMMER639
Nota bene
In het paspoort van Olivier Messiaen stond niet componist als beroep maar Rythmicien en Ornitholoog. De musicus trok regenmatig de natuur in op zoek naar bijzondere vogelgeluiden die hij vervolgens in zijn composities verwerkte.
Vogelgeluiden zoals een nachtegaal en een merel zijn bijvoorbeeld te horen in Les oiseaux et les sourses, het laatste deel uit zijn Pinkster mis welke de componist voor het eerst speelde in 1951 in de Parijse kerk Eglise de la Sainte-Trinité, waar hij organist was.