Monteverdi – Madrigalen

Claudio Monteverdi (1567 – 1643) was een Italiaans componist die zijn carrière begon als violist, zanger en dirigent aan het hof van de hertog van Mantua. In deze periode (1590 – 1605)  kwamen zijn eerste  madrigalen tot stand, voor die tijd progressieve liederen. Ondanks dat deze madrigalen niet door iedereen in dank werden afgenomen vestigde zich de faam van de componist. Zijn muziek bleek vernieuwend en gedurfd. Boekenvol componeerde Monteverdi met deze wereldlijke liederen waarvan de teksten spraken over verloren liefdes, het eenzame hart, herders, sport en spel, oorlog en vrede. De madrigalen, één of meer stemmig, wel of niet met begeleiding, zouden de voorbode worden van Monteverdi’s  opera Orfeo uit 1607. Dit werk wordt beschouwd als de eerste volwassen opera, waarmee  tevens de canon van de Westerse opera  begint. De madrigaal is een typisch Italiaanse liedvorm. De tegenhanger van de madrigaal is het motet dat religieuze teksten bevat.

Dat Monteverdi in zijn tijd een beroemd musicus was bleek uit het feit dat hij in 1613 aangesteld werd als cantor van de San Marco te Venetië. Ook in zijn Venetiaanse tijd bleef hij madrigalen componeren. Nieuwe effecten als tremolo en pizzicato deden hun intrede om bijvoorbeeld hartstocht of vechtlust mee uit te drukken, terwijl de gebruikte harmonieën gedurfder werden. De teksten werden meer en meer radicaler, soms vol erotiek en dubbelzinnigheid. Vaak gebruikte hij amoureuze teksten van de dichter, prozaschrijver en humanist Petrarca (1304 – 1374).

Madrigaal is ontstaan in het noorden van Italië. Het is van oorsprong een vocale (a-capella) meerstemmige compositie (één- tot zes stemmig) met een wereldlijke tekst. Het woord is afgeleid van madricale (= moedertaal). 

MONTEVERDI MADRIGALEN NUMMER 535