Mozart – Ave Verum Corpus

Het is bekend dat Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791) lid was van de loge der Vrijmetselarij en het leek alsof hij er humane levenshouding op na hield. Toch was hij een zeer gelovig mens. Vooral tijdens zijn laatste levensjaren was hij een ijverig propagandist van de Vrijmetselarij – zie in dit verband ook zijn opera Die Zauberflöte. Zijn katholieke geloof heeft hier zeker onder te lijden gehad, maar omdat de kerk nog geen uitspraak tot deelname aan de Vrijmetselarij had gedaan, kon Mozart zijn ‘geloof’ hierin blijven uitoefenen. In 1785 schreef Mozart in zijn hoedanigheid als lid van de vrijmetselarij het orkestwerk Maurerische Trauermusik KV 477

Van een totale breuk met zijn geloofsleven kan geen sprake geweest zijn getuige het indrukwekkende Ave Verum Corpus KV618, het schitterende Laudate Dominum en natuurlijk ook het Requiem, KV626, zijn laatste werk. Tijdens het lezen van de tekst en het componeren van het Ave Verum Corpus kan het bijna niet anders dat Mozarts kerkelijke gevoelens weer boven kwamen en hem terug deden denken aan de tijd die hij gekend had als hij de heilige communie ontvangen had. Het Ave Verum Corpus (Gegroet waarachtig lichaam) voor gemengd koor, strijkers en orgel is de laatste compositie die Mozart voor de kerk schreef. Dit gezang, schreef hij tijdens zijn laatste levensjaar, 6 maanden voor zijn dood, in dezelfde periode dat hij met zijn opera Die Zauberflöte bezig was. Hij droeg het op aan een kerkdirigent in Baden, het plaatsje waar Mozarts vrouw Constanze vaak vertoefde vanwege haar slechte gezondheid en waar de dirigent veel zorg aan haar besteedde.

De eerste vier regels uit het Ave Verum Corpus:

Gegroet waarachtig lichaam
geboren uit de Maagd Maria
dat werkelijk heeft geleden
en voor de mens geofferd is aan het kruis.

MOZART AVE VERUM CORPUS NUMMER 117