Mozart – Hoornconcerten

De compositorische eigenschappen van Wolfgang Amadeus Mozarts soloconcerten kunnen vergeleken worden met zijn concertaria’s en de schat aan aria’s die hij componeerde voor zijn opera’s. Mozart behandelt het solo-instrument, in dit geval de hoorn, als de menselijke stem. Behalve voor de hoorn (en viool en piano) schreef Mozart met grote liefde voor de klarinet. De concerten voor blaasinstrumenten werden door Mozart geschreven voor zowel vrienden als beroemde virtuozen uit zijn tijd. Mozarts concert-oeuvre bevat: vier hoornconcerten, twee fluitconcerten, een hoboconcert, een fagotconcert, een dubbelconcert voor fluit en harp, en natuurlijk zijn topper, het klarinetconcert dat hij kort voor zijn dood schreef en waarvan het beroemde middendeel zijn zwanenzang wordt genoemd.

Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) schreef vier hoornconcerten: nr. 1 KV 412 in D, nr. 2 KV 417 in Es, nr. 3 KV 447 in Es en nr. 4 KV 495 in Es. Deze concerten zijn gecomponeerd tussen 1783 en 1791. Hij schreef ze voor zijn vriend Joseph Leutgeb, een kaashandelaar uit Wenen die een verwoed hoornist was en waar Mozart dikwijls over de vloer kwam. Hoe intiem hun vriendschap was, blijkt ondermeer uit de grappige aantekeningen die Mozart in de partituur van de hoornconcerten schreef. Het is bekend dat Mozart vaak componeerde naar de capaciteiten van zijn zangers en instrumentalisten en naar de voorkeur van opdrachtgevers. Toen bijvoorbeeld de technische vaardigheid van zijn vriend Leutgeb achteruit ging, heeft Mozart enkele lastige passages en (te) hoge en (te) lage noten geschrapt.

Mozart schreef verder voor hoorn: Duo’s – Hoornkwintet in Es – Grand Partita voor 12 blazers waaronder 4 hoorns (zie archief).

MOZART HOORNCONCERTEN NUMMER 244