Mozart – Pianosonates

Als kind had de Oostenrijker Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) Europa al versteld doen staan van zijn improvisatie- en variatiekunsten aan de piano. Tijdens een concert in Napels meende men in het vrolijke wonderkind een tovenaar te zien. Het ging zelfs zo ver dat men hem wilde aanraken om te zien of hij wel echt van vlees en bloed was!

Mozart raakte met het klavier vergroeid, zijn handen stonden naar het klavier. Als men met hem sprak, of als hij al neuriënd over straat liep, waren zijn vingers altijd in beweging, zodat het leek of hij doorlopend aan het componeren was of een stuk aan het spelen was. Men zou haast vergeten dat Mozart eveneens een subliem violist was.

In de jaren zeventig van de achttiende eeuw werd het klavecimbel (eigenlijk een tokkelinstrument met een zachte toon) langzaam maar zeker verdrongen door de pianoforte (of hammerklavier), een instrument waarbij hamertjes tegen de snaren slaan.

In de tijd van Mozart kwam de pianosonate in opgang, een drie- of vierdelig werk voor pianosolo. De pianosonate is abstract (absolute muziek) van opzet en kent meestal geen buitenmuzikale gegevens. De pianosonate herbergt een veelheid aan virtuositeit. Eigenlijk zijn alle pianosonates van Mozart klankschilderijen. Hij schreef er een stuk of achttien, maar het kan best zijn dat er nog een aantal boven water komen. Uitschieters zijn Pianosonate KV 545, KV 310, KV 331 (met in de finale de beroemde Turkse mars, waarin de piano een heuse trom laat roffelen). In deze meesterwerken bewijst Mozart de nimmer overtroffen muziekmaker te zijn van afgeronde en sierlijke melodieën.

De 18 pianosonates van Mozart: 1 in C KV 279 – 2 in F KV 280 – 3 in Bes KV 281 – 4 in Es KV 282 – 5 in G KV 283 – 6 in D KV 284 – 7 in C KV 309 – 8 in a mineur KV 310 – 9 in D KV 311 – 10 in C KV 330 – 11 in A KV 331 – 12 in F KV 332 – 13 in Bes KV 333 – 14 in c mineur KV 457 – 15 in F KV 533 – 16 in C KV 545 – 17 in Bes KV 570 – 18 in D KV 576

Basisvorm van de (piano-) sonate: drie delen te weten 1 – expositie 2 – doorwerking 3 – reprise. Expositie is als een verhaal met een opening. Meestal twee thema’s, A en B. Doorwerking met nieuw en gevarieerd materiaal uit A en B uit de expositie. Reprise is de herhaling van de opening van de compositie. Na de Reprise volgt meestal een staartstukje, het Coda.

De componist Domenico Scarlatti (1685 – 1757) was een van de eerste componisten die klaviersonates componeerde. Hij schreef er meer dan 500. Een van Mozarts leermeesters was Joseph Haydn (1732 -- 1809). De beide musici hadden veel waardering voor elkanders werk. Haydn schreef ruim zestig Pianosonates. Hij schreef ze voor begaafde amateurpianisten, terwijl Mozart de sonates voor eigen gebruik of voor zijn leerlingen schreef. Haydn was geen super pianist zoals Mozart dat was. Vergeleken met Mozart bevatten de Pianosonates van Haydn doorgaans weinig virtuoze passages (uitzonderingen daargelaten), en doen daarom relatief eenvoudig aan. 

In 1766 trad het wonderkind Wolfgang Amadeus Mozart samen met zijn zusje Nannerl op in Amsterdam. Hij verbleef wegens ziekte (buiktyfus) lange tijd in Nederland. Om beter te worden schreef een arts hem het drinken van bouillon voor.

MOZART PIANOSONATES NUMMER 016