Rameau – Les indes galante

De Fransman Jean Philippe Rameau (1683-1764) was tijdgenoot van de beroemde Bach en opvolger van de operacomponist Lully (1632-1687) die aan het hof van Lodewijk XIV werkte. Rameau werd in Dijon geboren als zoon van een organist. Zijn moeder was van adel. Het hele gezin Rameau deed aan muziek. Op negentienjarige leeftijd werd Rameau organist van de Kathedraal in Avignon. Uiteindelijk volgde hij zijn vader op als organist van de Notre Dame in Dijon. Aanvankelijk had Rameau als componist een moeilijke start, maar rond zijn vijftigste sloegen zijn opera’s in als een bom. Het verwende Parijse publiek droeg hem op handen. De harde kern van Lully-aanhangers had echter geen goed woord over voor de vreemdsoortige harmonieën die Rameau in zijn (ballet-) opera’s gebruikte. En ook had men weinig waardering voor zijn tekstbehandeling. Hield Lully zich strikt aan het woordaccent, Rameau vond dat de melodische lijn niet onder de tekstaccenten mocht lijden. Rameau had trouwens zijn woordje klaar: ‘Lully heeft acteurs nodig, ik zangers!’

Behalve om zijn opera’s is Rameau beroemd geworden vanwege zijn vele werken voor klavier (klavecimbel), vooral de Pièces de clavecin. Uit deze compositie worden vandaag de dag nog de fijnzinnige en elegante stukjes La poule, Le tambourin en Gavotte in a mineur gespeeld.

De muziek in het operaballet Les Indes galante uit 1735, waarbij een prachtige suite hoort, stelt een dans voor op een eiland in de Indische Oceaan, met liefde en tragiek te midden van natuurgeweld als vulkaanuitbarstingen en stormen. Rameau beeldt in dit werk zelfs een aardbeving uit, wat nogal kwaad bloed zette bij conservatieve luisteraars. Een van de mooiste momenten uit Les Indes galante is Les Sauvages. Rameau was een van de voorbereiders van een nieuwe en gewaagde instrumentatiekunst waar zijn latere collega Berlioz op voort zou borduren.

RAMEAU LES INDES GALANTE NUMMER 468