Rameau – Oeuvre

De Franse barokcomponist, organist, klavecinist en theoreticus Jean-Philippe Rameau (1683 – 1764) werd geboren in Dijon. Zijn vader was organist, van hem ontving hij zijn eerste muzieklessen. Op 19 jarige leeftijd krijgt Rameau een betrekking in de Notre Dame te Avignon. Enkele jaren later, in 1706 vertrekt hij naar Parijs en bespeelt het orgel van verschillende kerken. Als veertig jarige zwerft hij door Europa als organist en violist.

In de jaren twintig van de achttiende eeuw publiceert hij zijn Pièces de clavecin, een verzameling kamermuziek met het klavecimbel in de hoofdrol. Ook verschijnen de eerste muziektheoretische werken over harmonieleer, men beoordeelt deze publicaties als voorbereiding tot de moderne harmonieleer. In 1737 richtte hij een school voor compositie op.

Pas als hij de 50 is gepasseerd schrijft hij zijn eerste opera. Als onderwerpen gebruikt hij herderspelen en mythologische thema’s, hij streeft hierin naar dramatiek, terwijl zijn ‘concurrent’ Jean Baptiste Lully (1632 – 1687) meer luchtige opera’s schreef. Belangrijk in de Franse opera waren de balletten en koren. Enkele opera’s van Rameau: Les Indes galantes (1735) – Les Fêtes d’Hébé (1739) -- Castor en Pollux (1737) – Platée (1745) – Zaïs (1748). Hoogtepunten uit deze opera’s: Les Sauvages (Les Indes Galantes) -Coulez met pleurs (Zaïs) -- Tristes apprêts ( Castor et Pollux) -- Air de la Folle (Platée).

RAMEAU OEUVRE NUMMER 822