Ravel – Best of

BEST OF RAVEL. Lijst met de meest geliefde composities van Maurice Ravel (1875 – 1937). De titels en volgorde kwamen tot stand door lezers van Klassiekemuziek.tv

  1. Schilderijententoonstelling
  2. Pianoconcert in G
  3. La valse
  4. Bolero
  5. Daphnis et Cloë
  6. Pianotrio en Strijkkwartet
  7. Pianoconcert voor de linkerhand
  8. Pavane pour une infante défunte
  9. Tzigane
  10. Ma Mère l’Oye

 

1. De Schilderijententoonstelling (ook wel Schilderijen van een tentoonstelling) is een monumentaal pianowerk gecomponeerd in 1874 door de Russische componist Modest Moessorgski (1839 –1881). Hij kwam tot deze compositie door een tentoonstelling te bezoeken ter nagedachtenis aan architect en beeldend kunstenaar Victor Hartman, die tevens zijn vriend was. Toen de Franse componist Maurice Ravel het pianostuk onder ogen kreeg en de geschiedenis er van bestudeerde, werkte hij het om tot een stuk voor een groot symfonieorkest (1922). De componist maakte van de betoverend mooie pianocyclus een spektakelstuk van de bovenste plank. Hij demonstreert zichzelf als een meester in de instrumentatiekunst. Dankzij de versie van Ravel werd het stuk bij het grote publiek bekend.

2. Pianoconcert in G. Dit Pianoconcert kent drie zeer uiteenlopende delen, waarbij het broze middendeel en het felle luidruchtige slotdeel het meest opvallen. Niet toevallig zijn lage klanken overal aanwezig: de Engelse hoorn, de basklarinet, de contrafagot en de lage strijkers komen sterk naar voren en lijken het linkerhand register van de piano te willen verstevigen. Naast Spaanse en Baskische invloeden speelt de Jazz een belangrijke rol in dit contrastrijke pianoconcert.

3. De bekende choreografe Ida Rubinstein (1863 – 1960) was nauw betrokken bij dit meesterwerk van Ravel. Zij verzorgde de balletenscenering nadat de oorspronkelijke opdrachtgever, de Russische balletmeester Serge Diaghilev (1872 – 1929), het werk had afgedaan als een non-ballet. Volgens de componist beeldt het eerste tafereel de geboorte van de wals uit. Het tweede deel laat ons zwevende dansparen zien van het Wenen van Johann Strauss en zijn familie. Het derde deel is een keizerlijk dansfeest waar niemand zich kan onttrekken aan het walsritme. Als het hoogtepunt bereikt is stort de wals ineen.

4. Een Bolero is een van oorsprong Spaanse (Cubaanse) dans in een driedelige maatsoort. Vaak is dit een driekwartsmaat. Ravel zelf was niet bijster enthousiast over zijn werkstuk, dat eigenlijk meer een studie in het instrumenteren was. Het stuk is geschreven in een langzame driekwartsmaat en bevat maar twee thema’s die alsmaar herhaald worden en waaraan telkens nieuwe instrumenten toegevoegd worden. Eentonigheid alom, maar door het opzwepende ritme zit er zeker spanning in het stuk. Hier en daar doet het wereldberoemde stuk ietwat Oosters aan. Opvallend aan de Bolero is dat de kleine trom vanaf het begin tot het explosieve einde hetzelfde ritme speelt. In het gehele werk speelt het slaginstrument meer dan 4000 trommelslagen. In het symfonieorkest heeft ook een saxofoon plaatsgenomen. Het stuk duurt nog geen kwartier.

5. In 1912 componeerde Ravel voor het beroemde gezelschap Ballet Russes onder leiding van Sergej Diaghilev muziek bij het ballet Daphnis et Cloë. Een van de topacts was de vermaarde danser Vaslav Nijinski. Het verhaal van Daphnis en Cloë leende Ravel van de Griek Longus (300 voor Christus). Het is de liefdesgeschiedenis van de twee vondelingen Daphnis en Cloë. Zij werden gevoed door een geit en een schaap en werden tenslotte door herders opgenomen. Daphnis werd geitenhoeder en Cloë herderin. Eerste deel: ochtendstond, tweede deel: Pandans met nimf Syrinx, derde deel: Cloë danst naar extase.

6. Ravel schreef twee stukken zeer gewaardeerde kamermuziek, het Strijkkwartet in F uit 1903 en het Pianotrio in a mineur uit 1914. In het Pianotrio zitten volop Baskische invloeden. Zo is er direct in het eerste deel de Baskische dans Zortziko te horen. Ravel werd geboren in het Baskische stadje Ciboure. Het gehele Pianotrio ademt een rijke en diepgaande expressie uit. Het neemt ons tevens mee naar de oorlogsverschrikkingen van het jaar 1914. Het werk geldt inmiddels als een van de meest belangrijke composities in haar soort en staat op het standaardrepertoire van de gevestigde pianotrio’s. In 1904 schreef Ravel zijn Strijkkwartet in F. Tien jaar eerder componeerde Claude Debussy (1862 – 1918) het vermaarde Strijkkwartet in g mineur. De opzet van de twee kwartetten ligt dicht bij elkaar, doch muzikaal zijn er verschillen. Gezegd kan worden dat het Strijkkwartet van Ravel negentiende-eeuws klinkt en dat het daarom misschien melodischer aandoet dan het kwartet van zijn collega Debussy, die overigens Ravels kwartet zeer bewonderde. Debussy schreef: In naam van de muziekgoden verander geen noot aan je kwartet…

7. Het Pianoconcert voor linkerhand in D uit 1932 dat Ravel schreef voor de pianist Paul Wittgenstein is subliem. De premiere was in 1932 met Wittgenstein zelf aan de piano. Het is alsof je vliegtuigen hoort overvliegen. Het gebrom is angstaanjagend. En dan het klagende fagotthema ondersteund door een marcherend orkest spelend in het allerlaagste register. Plots komt daar de piano, bespeeld door slechts één hand… Er bestaat eveneens een uitvoering voor 2 piano’s, deze is tot ongenoegen van de componist bewerkt door Wittgenstein, en veroorzaakte een levenslange ruzie. 

8. Pavane pour une infante défunte betekent letterlijk: Pavane voor een overleden prinses. Volgens muziekgeleerden betreft het hier een klaagzang over de prinses haar dood. Ravel zelf heeft eens de volgende (serieuze?) verklaring voor de merkwaardige titel gegeven. Hij koos voor een soort rijm; de p van pavane en de p van pour zijn prominent aanwezig evenals de letter f in infante en défunte. (Pavane is van oorsprong een langzame statige hofdans in een tweedelige maatsoort). Toen Ravel er in 1910 een orkeststuk van maakte, oogstte Pavane pour une infante défunte opnieuw lof. Ravel raakte soms zeer geïrriteerd over het succes van zijn stuk. ‘Ik heb ook nog wel andere dingen gecomponeerd!’, zou hij menigmaal uitgeroepen hebben. En toen het stuk eens te langzaam werd gespeeld, zou hij de dirigent hebben toegebeten: ‘Luister eens, ik heb een dans voor een dode prinses geschreven en geen dode dans voor een prinses!’

9. ‘Stuk in de stijl van een Hongaarse rapsodie’ noemde Ravel zijn Tzigane uit 1924. Het zeer virtuoze werk vol zigeunerklanken en acrobatisch vioolspel wordt tegenwoordig vaak geheel solistisch op de planken gebracht. Oorspronkelijk is het een werk voor soloviool en piano-lutheal, een klavierinstrument dat de luit – of liever het zigeunercymbalon – nabootst. Zoals Ravel met zijn meeste solowerken deed, orchestreerde hij zijn Tzigane kort na het ontstaan ervan. Ravel droeg het werk op aan de Hongaarse violiste Jelly d’Aranyi (1893 – 1966).

10. Maurice Ravel componeerde in 1908 de pianosuite vierhandig Ma Mère l’Oye (Moeder de gans). Hij schreef het werk voor twee jonge kinderen van vrienden. Ravel had zelf geen kinderen, hij is nooit getrouwd geweest. Ravel zou in zijn componistenloopbaan wel meer sprookjesachtige werken componeren, zoals bijvoorbeeld L’enfant et les sortilèles (Het kind en de betoveringen). Ravel woonde in een sprookjesachtig huis met een rijke verzameling mechanisch speelgoed. In 1910 werd het pianowerk Ma Mère l’Oye voor het eerst opgevoerd in Parijs. Twee jaar later bewerkte Ravel het voor orkest als balletmuziek. 

RAVEL BEST OF RAVEL NUMMER 714