Rossini – Petite messe

Er bestaan nogal wat anekdotes en uitspraken over de Italiaanse componist Gioacchino Rossini (1792-1868), zoon van een trompettist en zangeres. Samen met collega Paganini zou hij de rijkste componist ter wereld geweest zijn. Verder wordt er beweerd dat de man, die in weelde geleefd moet hebben, liever lui dan moe was. Behalve veel op de sofa liggen, hield hij van uitgebreid eten en lurkte hij zo’n beetje de hele dag aan zijn pijp.

In de eerste plaats was Rossini operacomponist. Met zijn uitgesproken melodisch talent en gevoel voor theater zou hij een van de grote meesters van de opera worden.

Dat wil echter niet zeggen dat hij geen andere werken schreef. Religieuze werken, bijvoorbeeld. Zo componeerde hij in 1829 een prachtig Stabat Mater en in 1863 zijn Petite messe solonnelle, een nakomertje dat vier jaar voor zijn dood werd uitgevoerd, vijfentwintig jaar na zijn Wilhelm Tell. Het is een verrassend werk met een even verrassende bezetting: vier solisten, koor, harmonium en twee piano’s. In deze uitvoering, die gelukkig tegenwoordig regelmatig gespeeld wordt, is het werk uitzonderlijk mooi. Rossini maakte er zelf nog een orkestbewerking van. Op de laatste bladzijde schreef hij: ‘Goede God alstublieft, een kleine mis. Ik hoop dat het onder de noemer gewijde muziek mag vallen. Zij gezegend en verleen mij het paradijs’.

Rossini werd begraven op de beroemde Parijse begraafplaats Père-Lachaise. Zijn overblijfselen werden in 1887 verplaatst naar Florence. Op Père-Lachaise staat een lege crypte.

Vanwege het soms frivole karakter van de mis, hadden kerkleiders er moeite mee het stuk in de kerk te laten uitvoeren.

ROSSINI PETITE MESSE NUMMER 172