Saint-Saëns – Celloconcert

Er wordt beweerd dat de kleine Camille (1835-1921) reeds op zijn derde zijn eerste liedjes kraaide. Ritmisch slaan met alles wat hem voor handen kwam, was eveneens een favoriet spelletje van hem. Toen hij zeven was, krabbelde Camille zijn eerste muzieknootjes neer.  Op dezelfde leeftijd studeerde hij Latijn, biologie en had een buitengewone belangstelling voor vlinders, een hobby die hij tot zijn dood zou koesteren. Op zijn tiende gaf hij zijn eerste concert en op zijn dertiende werd hij toegelaten tot het conservatorium van Parijs. Van zijn tijdgenoten Ravel en Debussy begreep hij weinig en van Stravinsky moest hij helemaal niets hebben, dus hield hij zich niet bezig met ‘moderne’ muziek.

Dat Camille Saint-Saëns een beroemd stuk voor cello op zijn naam heeft staan, is alom bekend. Want wie kent niet de stervende zwaan uit Le Carnaval des Animaux. Minder bekend is dat de componist twee celloconcerten heeft geschreven waarvan het Celloconcert 1 in a mineur uit 1873 het meest wordt uitgevoerd en op het repertoire staat van de grote cellisten.

Het Celloconcert 1 is een hele opgave voor de solist want hij moet onophoudelijk het gehele concert actief zijn. Zeer ongewoon voor een soloconcert waar het orkest toch meestal korte of langere frasen zonder solo-instrument speelt. Wat dat aangaat heeft het Celloconcert 1 veel weg van Mendelssohns Vioolconcert. In dit concert speelt het solo-instrument eveneens van het begin tot het einde aan één stuk door. Vanwege de solo’s die er in het Celloconcert 1 voorkomen, wordt er een behoorlijke techniek van de cellist verwacht. Wonderlijk genoeg gaan de drie delen zonder onderbreking in elkaar over. Vreemd, want een soloconcert telt normaal drie losse delen. Maar een man als Saint-Saëns liet zich niet de wet voorschrijven. Hij componeerde wat hij mooi vond en daar hoefde hij geen leidraad bij te hebben.

SAINT SAENS CELLOCONCERT NUMMER 088