Saint-Saëns – Danse Macabre

Het schijnt dat de Fransman Camille Saint-Saëns (1835-1921) al op zijn derde noten kon opnoemen. Ook componeerde hij als peuter zijn eerste muziekjes. Op zevenjarige leeftijd stortte hij zich op Latijn, Grieks en astronomie. Saint-Saëns werd een geliefd pianist en een superieur organist. Ooit was hij de vriend van de Nederlandse spionne en danseres Mata Hari (1876 – 1917). Hij schreef boeken over schilderkunst, literatuur en wijsbegeerte. Als componist maakte hij klassieke muziek om van te genieten. Hij schreef op wat hij mooi vond, of het nu ouderwets was of modern. Wat de critici er van dachten, interesseerde hem niet.

Een hit van de bovenste plank, de Danse macabre uit 1874. Het toch wel angstaanjagende verhaal dat zich achter de muziek van Saint-Saëns verschuilt, is vrijwel van noot tot noot te volgen. Een subliem voorbeeld van programmamuziek en een goed in het gehoor liggend stuk klassieke muziek met prachtige thema’s waar jong en oud veel luisterplezier aan kunnen beleven.

De inhoud is als volgt: Een donkere nacht. De wind huilt op het kerkhof. De klok slaat twaalf (harp). De dood stemt krassend zijn viool en nodigt de doden uit om uit hun graf te komen. De doden dansen een huiverige wals (echter een prachtige melodie). Dan steekt een storm op. Windvlagen en donder. Griezelig klapperen de beenderen van de doden (xylofoon). Dan kraait er een haan. (hobo) en keren de doden terug in hun graven.

Danse Macabre (Dodendans) was eerst een lied met pianobegeleiding.

Het begin van het vertaalde gedicht:

Heen en weer, de Dood is in beweging
Raakt een graf met zijn hiel,
De Dood speelt te middernacht een dansdeuntje,
Heen en weer op zijn viool.

Soortgelijke werken: Totentanz (1850) van Franz Liszt (1811 – 1886) en Nacht op de kale berg (1867) van Modest Moessorgski (1839 – 1881).

SAINT-SAENS DANSE MACABRE NUMMER 027