Saint-Saëns  – Oratorio de Noël 

De Fransman Camille Saint-Saëns (1835 – 1921) werd geboren als zoon van een boekhouder die werkzaam was op het Franse Ministerie van Binnenlandse zaken. Camille was een muzikaal wonderkind. Zijn interesses gingen tevens uit naar oude talen, geologie, literatuur, archeologie, astronomie en theologie. Als kind trad hij reeds op voor publiek. Op zijn dertiende werd hij toegelaten op het conservatorium en op zijn achttiende verscheen zijn eerste symfonie. Was hij eerst liefhebber en promotor van de Duitse muziek, zoals die van Richard Wagner (1813 – 1883), later zou hij een stimulator worden van de Franse muziek. Hij raakte bevriend met Gabriel Fauré (1845 – 1924).

Saint-Saëns componeerde zijn Oratoio de Noël in 1858 op drieëntwintigjarige leeftijd. Hij was werkzaam als organist in de beroemde kerk Madeleine in Parijs. Het werk werd in veertien dagen voltooid en beleefde haar première Kerstmis 1958. Men spreekt van een Cantate-achtig werk maar ook wel van een oratorium. Men noemt het tegenwoordig Kerstoratorium.

Het werk is geschreven voor zangsolisten, koor, strijkorkest en harp. Het orgel is een belangrijk onderdeel. Het oratorium telt 10 delen. Na het openingsdeel (in de stijl van J.S.Bach) en enkele recitatieven volgt het tweede deel waarin het traditionele kersverhaal wordt verteld zoals opgetekend in de bijbel in Lucas 2. In de vervolgdelen komen de teksten uit Johannes, Jesaja, Klaagliederen en Psalmen. De teksten zijn in het Latijn.

  1. Prelude – 2. Et pastores erant. Gloria – 3. Exspectans exspectavi Dominum – 4. Domine, ego credidi – 5. Benedictus – 6. Quare fremuerunt gentes – 7. Tecum principium – 8. Alleluia – 9. Consurge, Filia Sion – 10. Tollite hostias

 

SAINT-SAËNS OROTORIO NOËL NUMMER 604