Schumann – Album für die Jugend

De componist Robert Schumann (1810 – 1856), geboren in het Duitse Zwickau speelde reeds piano toen hij zeven was. Vanaf zijn twaalfde ontstonden zijn eerste composities. Muziek en literatuur waren zijn twee grote liefdes. Als zoon van een boekhandelaar en uitgever kreeg hij de literatuur met de paplepel ingegoten. Hij kreeg pianoles van de beroemde pedagoog Friedrich Wieck, deze zou later zijn schoonvader worden.

Bij het grote publiek is Schumann bekend om zijn Liederen en het Pianoconcert. Verder componeerde hij o.a.: Celloconcert, Strijkkwartet en Kwintet, en vier Symfonieën. Voor pianosolo noemen we: Papillons – Carnaval – Kinderszenen – Fantasiestucke – Davidsbündlertänze – Kreisleriana – Humoreske – Album für die Jugend – Waldszenen – Gesänge der Frühe. Schumann is een typisch vertegenwoordiger van de romantische school.

In 1848 componeerde Schumann voor zijn kinderen Album für die Jugend. Het betreft een verzameling van 48 pianostukjes van eenvoudig tot zeer moeilijk. De familie Schumann woonde op dat moment in Dresden. Het waren op dat moment politiek woelige tijden. In de privésfeer waren het eveneens ongelukkige jaren. Zoon Emil overleed alsmede zijn dierbare vrienden Felix en Fanny Mendelssohn.

Album für die Jugend was bedoeld voor studiestukken voor kinderen. En inderdaad zijn er een aantal gemakkelijke stukken. Maar er zijn ook stukken die te moeilijk zijn voor de beginnende pianist en daarom meer geschikt voor de begaafde pianostudent. Schumann die al eerder de Kinderszenen schreef, legt het verschil tussen de twee albums uit. In Kinderszenen opus 15 blikt de volwassen mens terug op zijn kindertijd. Het dient dan ook gespeeld te worden door volwassenen terwijl Album für die Jugend opus 68 bedoelt is om door kinderen en of pianostudenten gespeeld te worden.

SCHUMANN ALBUM FÜR DIE JUGEND NUMMER 725