Schumann – Celloconcert

Het gezin Schumann (1810-1856) verhuisde in 1850 van Dresden naar het kleine Düsseldorf. In deze stad had Schumann een benoeming aanvaard als muziekdirecteur. Het jaar 1850 was eveneens het jaar van het begin van Schumanns psychische aftakeling. Roberts echtgenote Clara, de pianovirtuoze en uitvoerster van Schumanns pianowerken, schrijft in haar dagboek: ‘Zijn roem als componist was aan het stijgen, maar zijn autoriteit tegenover zijn orkest ging zienderogen achteruit. Veel musici hadden lak aan zijn opmerkingen, kwamen te laat op de repetities en speelden zonder inzet. Gelukkig is dit alles bij Robert ongemerkt gebleven’.

Ondanks zijn geestelijke achteruitgang bleef Schumanns hartstocht voor het componeren nog geruime tijd voortduren. Zo componeerde hij tussen 10 en 24 oktober 1850 een prachtig Celloconcert in de toonsoort a mineur. Maar liefst in zes dagen had hij het werk in schets gebracht. Schumann zelf twijfelde zeer aan de kwaliteiten van het concert, maar zijn echtgenote Clara was enthousiast. In haar dagboek schreef ze: ‘Dit concert is romantisch, fris en het heeft humoristische trekjes’. Ook muziekuitgevers stonden niet te springen om het werk uit te geven. Zelf heeft Schumann het concert overigens nooit gehoord. Het geraakte spoedig in de vergetelheid. Thans beschouwd men Schumanns Celloconcert als een sprankelende, maar ook diepzinnige compositie.

De drie delen van het Celloconcert gaan ongemerkt in elkaar over. Wat Robert Schumann nog te zeggen had tijdens zijn geestelijke aftakeling liet hij horen in dit magnifieke werk: mooie uitgezongen melodieën, een fiere mannelijke klank afgewisseld met een tere expressie van de cello.

SCHUMANN CELLOCONCERT NUMMER 250