Sibelius – Symfonie 4

Jean Sibelius (1865-1957) wordt Finlands grootste componist genoemd.  Al vroeg gaf hij blijk van een uitzonderlijke muzikaliteit en werd hij opgenomen in het strijkensemble van zijn familie. In 1885 meldde hij zich aan voor de studie rechten aan de universiteit van Helsinki, maar het jaar daarop stapte hij over naar het conservatorium waar hij les kreeg van de avant-garde componist Ferruccio Busonie (1866 – 1924), waarmee hij tevens bevriend raakte.

Na het grote succes van Sibelius’ Vioolconcert dat in 1903 zijn première beleefde, volgde een periode van geldsmijterij en extravagantie. In 1908 kwam daar een abrupt einde aan toen doktoren vermoedden dat hij kanker had. Het gevolg was diepe intensiviteit in zijn nieuwe werken, vergelijkbaar met zijn wereldberoemde Finlandia en het Vioolconcert. Doch zijn Symfonie 4 uit 1910 in a mineur overtreft alles aan soberheid.

Donker, langzaam en traag met een klagende cellosolo. Zo klinkt het begin van het eerste deel. Het werk heeft zeker te maken met de onzekere periode die de componist meemaakte. Een periode waarin Sibelius zich vreselijk voelde en dokter na dokter bezocht die hem deden geloven dat hij inderdaad een ongeneeslijke ziekte onder de leden had. Men vermoedde dat deze gevoelens en omstandigheden mede het karakter van de donkere Symfonie 4 verklaarde. Ondanks zijn ziekte werd de componist tweeënnegentig jaar!

In werkelijkheid duidt Symfonie 4 op een reis die de componist maakte naar het oosten van Finland. Wandelingen door bossen en heuvels en langs mistige meren. Het resultaat was zoals we hem kennen. Zo horen we overduidelijk klanken uit zijn Finlandia, met veel koper en striemende hoge violen.

SIBELIUS SYMFONIE 4 NUMMER 392