Stravinsky – L’Histoire du soldat

Na enkele werken te hebben geschreven voor zeer grote orkesten, waaronder de beroemde en beruchte Sacre du printemps, veranderde Igor Stravinsky (1882-1971) in de jaren 1913-1923 van stijl en ging voor kleinere ensembles componeren. Hij schreef onder andere korte pianostukken, kamermuziek en muziek voor de balletten: L’Histoire du soldat, Les Noces en Pulcinella. Stravinsky zelf zag L’Histoire du soldat als de definitieve breuk met de Russische orkestklank. Hij componeerde het stuk in Zwitserland.

In L’Histoire du soldat uit 1918 wordt voor het eerst gebruik gemaakt van stijlelementen uit de jazz. Maar we vinden ook elementen uit de marsmuziek, Spaanse en Franse melodieën, een tango en een protestants koraal terug in dit werk. Van het ensemble wordt een grote technische vaardigheid vereist. Het stuk is geschreven voor 7 instrumenten: viool en contrabas, cornet en trombone, klarinet en fagot en slagwerk. De keuze van instrumenten is volgens de componist gelijk aan een jazzband. Alleen de saxofoon werd door de fagot vervangen. Het werk werd geschreven voor een rondreizend theater. In 1930 verscheen een Nederlandse vertaling door Martinus Nijhoff. Het stuk duurt ca 1 uur.

Als het werk wordt uitgevoerd, is er vaak een spreekstem bij aanwezig die het verhaal van de soldaat Jozef vertelt (in ons land bestaat er een verrassend mooie uitvoering van dit werk met Johnny Kraaijkamp sr. als verteller). Het verhaal van L’Histoire du soldat: een vioolspelende soldaat is op weg naar huis en wil naar zijn meisje toe. Onderweg ontmoet hij de duivel die hem zijn viool wil ontfutselen in ruil voor geld en macht. Aanvankelijk is de soldaat de duivel te slim af, maar uiteindelijk moet hij toch het onderspit delven…

STRAVINSKY L’HISTOIRE DU SOLDAT NUMMER 046