Bartók – Roemeense dansen

Bartók heeft vele honderden volksdansen en volksliederen bewerkt. Uit zijn beginperiode stammen de wereldberoemde Roemeense Volksdansen (1915). Deze zesdelige cyclus is oorspronkelijk voor piano. In 1917 werden ze bewerkt voor orkest.

Bartok – Danssuite

Even in de dertig was de componist Bartók toen hij zijn Danssuite schreef. Een stuk dat hij al geheel in zijn eigen stijl componeerde. Bartók was zeer modern in de toepassing van primitieve en uitbundige ritmes. Invloeden van het impressionisme en laatromantiek waren niet aan hem besteed.

Bartók – Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta

Het Concert voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta uit 1936 van de Hongaar Bartók is een groot abstract klankschilderij. De compositie behoort ongetwijfeld tot de beste werken van de moderne muziek van de twintigste eeuw en is al zodanig de geschiedenis in gegaan als meesterwerk.

Bartók – Strijkkwartet 4

In Strijkkwartet 4 uit 1928 zal een klein en simpel motiefje de hoofdrol vervullen en zal op de meest denkbare – en ondenkbare – plekken zich al kronkelend een weg banen door het kwartet. In het derde deel klinken geheimzinnige klanken, de zogeheten Nachtmusik. Het is ook een lust voor het oog om het kwartet te zien uitvoeren. Wild spelende strijkers wippend op hun stoel.

Bartók – Blauwbaard

Het decor achter dit lugubere verhaal van Blauwbaards burcht brengt ons naar een kasteel. In een donkere hal bevinden zich de twee geliefden Judith en de oude hertog Blauwbaard. Ze zijn pas gehuwd. In de hal bevinden zich zeven gesloten deuren.

Kodály – Dansen uit Galanta

Kodály componeerde de Dansen uit Galanta uit 1933 ter gelegenheid van het tachtigjarige bestaan van het symfonieorkest van Boedapest. Het werk bestaat uit vijf delen die zonder onderbreking in elkaar over gaan. De componist gebruikt in zijn werk zigeunerdansmuziek welke hij omwerkte voor zijn Dansen uit Galanta.

Bartók – Pianoconcert 3

Het is onvoorstelbaar dat Béla Bartóks vitale, kleurrijke en trefzekere Pianoconcert 3 (1945) ontstond in een tijd van armoede, vertwijfeling en een slopende ziekte. Slechts het psalm-achtige middendeel getuigt van de donkere gevoelens waar Bartók mee gekampt moet hebben.

Kodály – Háry János

De komische opera Háry János uit 1926 van Kodály wordt tegenwoordig nauwelijks nog uitgevoerd. Doch de aantrekkelijke suite van het werk staat regelmatig op het repertoire van de grote symfonieorkesten. Háry János is een soldaat die diverse avonturen beleeft, net als ‘onze’ Jan Klaassen, de Russische Petroeska of de beroemde Tijl Uilenspiegel.

Bartók – Altvioolconcert

Het Altvioolconcert heeft Bartok niet kunnen voltooien. Een leerling, tevens zijn vriend maakte het af. Niet iedereen bleek gelukkig met het resultaat. Men keerde terug naar de orginele schetsen van de componist.

Bartók – Divertimento

Dit luchtige, zelfs swingende stuk heeft alle kenmerken van het oude Concerto grosso. Tevens biedt het diverse volkswijsjes uit Hongarije en Roemenië.