Bruckner – Te Deum

De zeer vrome Oostenrijkse componist Bruckner schreef in 1884 een groots opgezette koorsymfonie onder de naam Te Deum. De eerste versregel van deze uit de Middeleeuwen stammende hymne is: U God loven wij; U, o Heer, belijden wij. Hij droeg het werk op voor de glorie van God.

Bruckner – Symfonie 3

Het is bekend dat Bruckner uiterst gevoelig was voor kritiek. Van bijna al zijn symfonieën bestaan verschillende versies. Maar liefst drie keer herschreef Bruckner zijn Symfonie 3. Zijn lange symfonieën werden in zijn tijd nauwelijks begrepen.

Bruckner – Symfonie 5

In 1876 schreef Bruckner zijn monumentale Symfonie 5 in Bes majeur. Het werk kreeg verschillende bijnamen: De fantastische, De tragische, Pizzicato-symfonie, Kerksymfonie. Hij schreef het werk in een sombere tijd van zijn leven. Het werk is gedragen en spiritueel en kent veel pizzicato gedeelten.

Bruckner – Symfonie 6

Zoals zo vaak bij Bruckner (en Mahler) zijn hun adagio’s van wonderbaarlijke schoonheid, zo ook bij de Symfonie 6 van Anton Bruckner. De symfonie duurt een dikke vijftig minuten en heeft de volgende delen: 1 Majestoso – 2 Adagio – 3 Scherzo – 4 Finale.

Bruckner – Symfonie 4

Zijn liefde voor de koperenblaasinstrumenten met name de hoorn steekt hij in dit werk niet onder stoelen of banken. Bruckner noemde deze symfonie zelf de romanische symfonie.

Bruckner – Symfonie 8

Zijn gigantische Symfonie nr. 8 uit 1887 is met zijn anderhalf uur de langste van Brukners symfonieën. Het symfonieorkest werd versterkt met extra slagwerk en een flinke partij koper, waaronder Wagnertuba’s.