Liszt – Via Crucis

Franz Liszt raakte aan het eind van zijn componisten loopbaan gemotiveerd om sobere, verstilde, serene muziek te componeren. Een voorbeeld hiervan is Via Crucis, de veertien kruiswegstaties uit 1879 voor zangsolisten, koor en orgel (piano). Het werk waarin een toonsoort lijkt te verdwijnen en de chromatiek de overhand krijgt, werd voor het eerst opgevoerd in 1936.

Dowland – Zang en Luit

Tijdens de renaissance, het tijdvak waarin John Dowland leefde waren smartelijke liederen in zwang. Het betrof dan de zogeheten Luitliederen (Solozang met begeleiding van luit en eventueel een ander snaarinstrument). Bekend werden zijn liederen Flow my tears, Sorrow, sorrow stay, In darkness let me dwell.

Tippett – Werken

Men bleef zijn lyrische werken uit zijn beginperiode het meest waarderen. Men beschouwt Tippett samen met Benjamin Britten (1913 – 1976) tot een van de belangrijkste Engelse componisten van de twintigste eeuw.

Britten – Vioolconcert

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog in 1939 componeerde Britten het Vioolconcert in D, opus 15. Het werk wordt wel vergeleken met een werk uit het oeuvre van zijn vriend en bewonderaar Dmitri Sjostakovitsj (1906 – 1975). Brittens vioolconcert is vergeleken met de standaard vioolconcerten (Beethoven – Mendelssohn – Bruch – Tsjaikovski – Sibelius) niet het meest bekende.

Nielsen – Vioolconcert

Nielsens Vioolconcert opus 33 bestaat niet uit de gebruikelijke drie delen zoals de traditie van een soloconcert beoogt, maar uit vier. Soms klinkt het concert uiterst melodieus maar anderzijds ligt de nadruk op de techniek en kost het de solist de nodige moeite. Het concert wordt daarom over het algemeen als niet gemakkelijk ervaren.

Rossini – Opera

De Italiaan Giocchino Rossini (1792 – 1868), geboren in de stad Pesaro aan de Adriatische zee, stamt uit een muzikantenfamilie. Zijn vader was koperblazer en muziekdocent, zijn moeder zangeres. Al jong huwde hij met de sopraan Isabella Colbran die zangpartijen uit de opera’s van haar man voor haar rekening zou nemen.

Berlioz – Les Troyens

De opera Les Troyens uit 1858 is het magnum opus van Berlioz. Het werk – met het beruchte paard, en de liefdesgeschiedenis tussen Dido en Aeneas – is gebaseerd op het verhaal van de Romeinse dichter Virgilius (70 voor Chr. – 19 na Chr.) De tijdsduur van het werk, meer dan 6 uur, is gigantisch.

Strauss – Don Quixote  

In 1897 componeerde Strauss het symfonische gedicht Don Quixote naar de roman van de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes (1547 – 1616). Het boek wordt beschouwd als de eerste moderne roman. Behalve Strauss lieten andere componisten zich inspireren door Don Quixote en zijn knecht, waaronder Henri Purcell, George Phillipp Telemann, Felix Mendelssohn, Manuel de Falla e.a.

Rihm – Werken

Wolfgang Rihm is een veelschrijver. Zijn beginwerken worden als ‘wild’ en fragmentarisch omschreven De latere composities vallen op door wonderlijke melodieën en onverwachte klankcombinaties.  Zijn oeuvre tot nu toe varieert van toneelmuziek, opera, liederen, orkestwerken waaronder symfonieën, soloconcerten voor viool, piano, hoorn, een concert voor strijkkwartet en orkest, tot kamermuziek met name strijkkwartetten.

Ljapoenov – Transcendentale Etudes

De 12 Transcendentale Etudes opus 11, is volgens velen het beroemdste werk (magnum opus) van Ljapoenov. De stukken herbergen een hoge graad van moeilijkheid. Ljapoenov schreef het werk ter nagedachtenis van Franz Liszt (1811 – 1886).