Beethoven – Leonore

De Duitser Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) componeerde slechts één enkele opera, Leonore 1805), later omgedoopt tot Fidelio (1815). De periode tussen 1805 en 1810 was Beethoven uitgegroeid tot een volwaardig componist. Zo schreef hij behalve de opera Leonore, de symfonieën 4, 5, en 7, pianoconcerten, ouvertures en kamermuziek.

Torelli – Oeuvre

Behalve componist en violist was Torelli kapelmeester en altviolist. Opmerkelijk voor een violist is dat hij verschillende trompetconcerten schreef. Dit had alles te maken met een trompetvirtuoos uit hetzelfde orkest waarin Torelli violist was, het orkest van de Basilica di San Petronio in Bologna.

Isaac – Oeuvre

Isaac was organist van de kathedraal in Florence. Na de periode in Italië verbleef hij achtereenvolgens in de Oostenrijkse steden Innsbruck en Wenen. Keizer Maximiliaan benoemde hem tot hof componist. Isaac was een tijdgenoot van misschien wel de beroemdste componist uit de renaissance Josquin des Prez

Goeyvaerts – Oeuvre

Goeyvaerts is vooral bekend om zijn seriële muziek. Hij was de eerste componist die een werk schreef waarop het serialisme op alle muzikale aspecten was toegepast: toonhoogte, toonduur, dynamiek, articulatie.

Caplet – Mis voor vrouwenstemmen

Als overtuigd katholiek schreef Caplet in 1923 het koorwerk Le miroir de Jesus. Behalve religieuze werken schreef hij kamermuziek, waaronder het   alom geprezen Conte Fantastique voor piano (of harp) en strijkkwintet. Caplet schreef een 50-tal liederen. Verder is noemenswaardig zijn Mis voor vrouwenstemmen.

Pijper – Oeuvre

In 1917 voerde het Concertgebouworkest Pijpers Symfonie 1 uit. Symfonie 2 en 3 zouden respectievelijk in 1921 en 1926 verschijnen. Zijn Zes adagio’s uit 1940 is nog een dikwijls uitgevoerd orkestwerk, evenals zijn ca 12 minuten durende Pianoconcert uit 1927.

Liszt – Via Crucis

Franz Liszt raakte aan het eind van zijn componisten loopbaan gemotiveerd om sobere, verstilde, serene muziek te componeren. Een voorbeeld hiervan is Via Crucis, de veertien kruiswegstaties uit 1879 voor zangsolisten, koor en orgel (piano). Het werk waarin een toonsoort lijkt te verdwijnen en de chromatiek de overhand krijgt, werd voor het eerst opgevoerd in 1936.

Dowland – Zang en Luit

Tijdens de renaissance, het tijdvak waarin John Dowland leefde waren smartelijke liederen in zwang. Het betrof dan de zogeheten Luitliederen (Solozang met begeleiding van luit en eventueel een ander snaarinstrument). Bekend werden zijn liederen Flow my tears, Sorrow, sorrow stay, In darkness let me dwell.

Tippett – Werken

Men bleef zijn lyrische werken uit zijn beginperiode het meest waarderen. Men beschouwt Tippett samen met Benjamin Britten (1913 – 1976) tot een van de belangrijkste Engelse componisten van de twintigste eeuw.

Britten – Vioolconcert

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog in 1939 componeerde Britten het Vioolconcert in D, opus 15. Het werk wordt wel vergeleken met een werk uit het oeuvre van zijn vriend en bewonderaar Dmitri Sjostakovitsj (1906 – 1975). Brittens vioolconcert is vergeleken met de standaard vioolconcerten (Beethoven – Mendelssohn – Bruch – Tsjaikovski – Sibelius) niet het meest bekende.