Feldman – Oeuvre

Feldmans manier van componeren was anders dan de traditionele klassieke muziek. In zijn abstracte werken experimenteerde hij met de gebruikelijke muzieknotatie. Het toeval speelde hierbij een rol.

Weinberg – Oeuvre

Men vergelijkt Weinberg wel met Sjostakovitsj. Deze laatste is echter veel beroemder geworden, al zal volgens kenners een inhaalrace reeds gestart zijn. De twee musici werden vrienden. Sjostakovitsj droeg zijn Strijkkwartet 10 aan Weinberg op.

Moscheles – Oeuvre

Als pianovirtuoos vierde Moscheles triomfen in de grote Europese concertzaken. Vanaf 1821 vestigde hij zich in Londen waar hij werkte als componist, dirigent en studieboeken voor de pianotechniek. In 1824 werd hij in Berlijn door de schatrijke bankier Mendelssohn gevraagd om zijn twee kinderen Felix en Fanny les te geven.

Gevaert – Oeuvre

In de jaren 50 van de 19e eeuw vestigde Gevaert zich als operacomponist en directeur van de Opera in Parijs. Na het uitbreken van de Frans Duitse oorlog in 1870 keerde hij naar België terug. Onder zijn leiding werd de vakopleiding van het Conservatorium in Brussel uitgebreid en verbeterd.

Taneyev – Oeuvre

Zijn Pianokwintet uit 1911 wordt als meesterwerk bestempeld. Kamermuziek schrijven was zijn sterke punt. Al zijn er vocale composities en enkele symfonieën bewaard gebleven. Symfonie 4 uit 1898 wordt nog dikwijls uitgevoerd. De cantate Johannes van Damascus, op tekst van zijn vriend de schrijver Lev Tolstoi, die in 1884 in première ging, wordt alom geprezen, evenals de suite Concert voor viool en orkest opus 28 uit 1909.

Gesualdo – Oeuvre 

Zijn manier van componeren waaronder zijn opvattingen op het gebied van chromatiek, het gebruik van voor die tijd gewaagde intervallen als de secunde en septiem, en soms opvallende stiltes zorgden voor een grote dosis dramatiek, met name in zijn late hartstochtelijke madrigalen.

Berg– Oeuvre

De Oostenrijker Alban Berg (1885 – 1935) werd in Wenen geboren. Samen met Schönberg (1874 – 1942) en Webern (1883 – 1945) vormde hij de Tweede Weense School. Deze drie componisten ijverden zich voor de twaalftoonstechniek ook wel dodecafonie genoemd (dodeka = twaalf), een manier van componeren waarbij men er van uit gaat dat alle twaalf tonen uit de toonladder gelijkwaardig zijn.

Zappa- Oeuvre

De Amerikaanse musicus Frank Zappa (1940 – 1993) is de geschiedenis ingegaan als vertolker van rock-’n-roll, muziektheater, psychedelische rock, jazz, pop, en eigentijdse klassieke muziek. Zijn stijl wordt als eclectisch omschreven. Zijn teksten gaan over zelfspot, humor, seks, anti Amerika, anti godsdienst, eigenlijk alles waar hij zich aan ergerde of wat hem beviel.

Rameau – Oeuvre

Pas als hij de 50 is gepasseerd schrijft hij zijn eerste opera. Als onderwerpen gebruikt hij herderspelen en mythologische thema’s, hij streeft hierin naar dramatiek, terwijl zijn ‘concurrent’ Jean Baptiste Lully (1632 – 1687) meer luchtige opera’s schreef.

Diepenbrock – Oeuvre

In het buitenland wordt Diepenbrock beschouwd als de belangrijkste componist van de nieuwe lichting van Nederlandse componisten en de grootste componist na Sweelinck