Berlioz – Les Troyens

De opera Les Troyens uit 1858 is het magnum opus van Berlioz. Het werk – met het beruchte paard, en de liefdesgeschiedenis tussen Dido en Aeneas – is gebaseerd op het verhaal van de Romeinse dichter Virgilius (70 voor Chr. – 19 na Chr.) De tijdsduur van het werk bedraagt ruim 6 uur.

Beethoven – Leonore

De Duitser Ludwig van Beethoven (1770 – 1827) componeerde slechts één enkele opera, Leonore 1805), later omgedoopt tot Fidelio (1815). De periode tussen 1805 en 1810 was Beethoven uitgegroeid tot een volwaardig componist. Zo schreef hij behalve de opera Leonore, de symfonieën 4, 5, en 7, pianoconcerten, ouvertures en kamermuziek.

Rossini – Opera

De Italiaan Giocchino Rossini (1792 – 1868), geboren in de stad Pesaro aan de Adriatische zee, stamt uit een muzikantenfamilie. Zijn vader was koperblazer en muziekdocent, zijn moeder zangeres. Al jong huwde hij met de sopraan Isabella Colbran die zangpartijen uit de opera’s van haar man voor haar rekening zou nemen.

Landi – La morte d’Orfeo

Door het schrijven van La morte l’Orfeo (1620) heeft Landi zich een belangrijke plaats in de geschiedenis van de opera toegeëigend. Het werk, met zowel tragische als komische inhoud, wordt beschouwd als een van de eerste opera’s uit de geschiedenis.

Stravinsky – Rake’s Progress

The Rake’s Progress is een opera in drie delen gecomponeerd tussen 1947 en 1951. Het avondvullende stuk werd de langste compositie van Stravinsky. De opera duurt circa tweeënhalf uur en beleefde haar première in Venetië. Het libretto werd gemaakt door de Engels/Amerikaanse dichter en schrijver W.H. Auden

Ravel – L’heure Espagnole

De eendelige komische opera L’heure Espagnole stuitte op hevige kritiek vanwege de tekstuele smakeloosheid. (Het verhaal vertelt over een overspelige echtgenote van een niets vermoedende klokkenmaker). Zijn voorliefde voor Spanje toont Ravel door Spaans georiënteerde dansen in het werk op te nemen zoals: de Jota, Habanera en Malaguena.

Puccini – Opera

De Italiaan Giacomo Puccini (1858 – 1924) kan beschouwd worden als de opvolger van operacomponist Giuseppe Verdi (1813 – 1901). Zelf vond hij dat hij in de schaduw stond van Verdi, maar ook van de Duitse operacomponist Richard Wagner (1813 – 1883). De operaliefhebber droeg hem echter op handen.

Mozart – Opera

Mozart componeerde meer dan twintig opera’s. Hij was nog geen 12 jaar toen hij het zangspel (singspiel) Bastien en Bastienne KV 50 schreef. Als voorbeeld had hij de opera Le devin du village van Rousseau (1712 – 1778) gebruikt. Het wonderkind had al eerder twee eerdere zangspelen gecomponeerd.

Puccini – Messa di Gloria

Puccini voltooide zijn Messa di Gloria in 1880. Het was een afstudeerproject voor het Muziekinstituut Pacini. De mis in zijn geheel werd nog niet gepubliceerd. Alleen het Credo werd als zelfstandig stuk vertolkt. Pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd het werk in zijn geheel uitgevoerd

Strauss – Opera

Soms bevreemdt het dat de Duitser Richard Strauss (1864-1949) de laatste romanticus wordt genoemd. Neem alleen zijn opera’s, deze soms bizarre muziekdrama’s kunnen zowel qua tekst als muziek regelrecht in het moderne tijdvak geplaatst worden. Strauss was 30 jaar toen hij zich toelegde op het componeren van opera’s.