Ravel – L’heure Espagnole

De eendelige komische opera L’heure Espagnole stuitte op hevige kritiek vanwege de tekstuele smakeloosheid. (Het verhaal vertelt over een overspelige echtgenote van een niets vermoedende klokkenmaker). Zijn voorliefde voor Spanje toont Ravel door Spaans georiënteerde dansen in het werk op te nemen zoals: de Jota, Habanera en Malaguena.

Victoria – Requiem

In 1575 werd De Victoria tot priester gewijd. Tien jaar later werd hij hofcomponist en kapelmeester van Keizerin Maria, zuster van Filips II. Toen zij stierf, vereerde De Victoria haar met een Requiem onder de titel Officium defunctorum (1605). Dit zou zijn meest beroemde werk worden.

Falla – La vida breve

In 1905 won hij met zijn eerste belangrijke werk, de opera La vida breve een belangrijke Spaanse compositiewedstrijd. Het verhaal speelt zich af in Granada, wat opmerkelijk is omdat De Falla deze provincie nooit bezocht had.

Debussy – Iberia

Iberia is het middendeel van het orkestrale drieluik Images voor orkest (1909). Debussy wilde met deze Images een portret maken van verschillende landen, door gebruik te maken van volksmuziek en volksliederen.

Victoria – Missa o quam glorioso

Tomás Luis de Victoria mag zich de meest beroemde componist van katholieke kerkmuziek noemen, naast tijdgenoot Palestrina (1525 – 1594). De Victoria studeerde en werkte geruime tijd in Rome, naar alle waarschijnlijkheid bij Palestrina. Hij was de grootste Spaanse componist van de zestiende eeuw en schreef uitsluitend religieuze muziek

Boccherini – Symfonie ‘Huis van de duivel’

Boccherini staat bekend om zijn veelschrijverij. Hij schreef honderdveertig strijkkwintetten, honderd strijkkwartetten en twintig symfonieën. Van zijn symfonieën worden die in Es, in A, en bovengenoemde in d mineur opus 12 nr 4 nog dikwijls uitgevoerd.

Chabrier – Habanera

De Habanera van Chabrier is een mooi voorbeeld van het Spaanse genre dat zo geliefd was bij Franse componisten. Het betreft een muziekstuk van amper 5 minuten. Het thema dat ingezet wordt door de hobo wordt oneindig herhaald. Opvallend is het ostinato in de baslijn.

Chabrier – Espagna

In de herfst van 1882 maakte Emmanuel Chabrier een reis naar Spanje. Hij maakte daar voor het eerst kennis met de Flamenco. Terug in Parijs schreef hij de Rapsodie Espagna (1883). Het orkestwerk, doordrenkt van de Spaanse folklore, is momenteel het meest gespeelde werk van de componist.

Albéniz – Iberia

Van de ruim tweehonderd pianowerken die Isaac Albéniz schreef, stijgt de suite Iberia uit 1906 ver boven de anderen uit. De suite bestaat uit twaalf, technisch zeer moeilijke, delen variërend qua inhoud van gemoedelijkheid tot virtuoos en explosief.

Ravel – Rapsodie Espagnole

Vooral de Spaanse kritiek was lovend over Ravels Rhapsodie Espagnole, zijn eerste grote werk voor orkest. Men vroeg zich af hoe Ravel er zo goed in geslaagd was de Spaanse sfeer in het werk op te roepen.