Strauss – Don Quixote  

In 1897 componeerde Strauss het symfonische gedicht Don Quixote naar de roman van de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes (1547 – 1616). Het boek wordt beschouwd als de eerste moderne roman. Behalve Strauss lieten andere componisten zich inspireren door Don Quixote en zijn knecht, waaronder Henri Purcell, George Phillipp Telemann, Felix Mendelssohn, Manuel de Falla e.a.

Strauss – Symfonisch gedicht

Aanvankelijk prees Richard Strauss de muziek van Johannes Brahms (1833 – 1897), doch hij verafgoodde Richard Wagner 1813 – 1883), vooral nadat hij diens opera Tristan und Isolde had gedirigeerd. De eerste werken van Richard Strauss als componist waren vooral Symfonische gedichten.

Strauss – Tod und Verklärung

Tod und Verklärung gaat over een stervende man (artiest) die zijn leven lang gestreefd heeft de hoogste doelen te bereiken. Strauss beschrijft de doodsangst van de man die zijn leven nog niet wil opgeven.

Strauss – Tijl Uilenspiegel

In het eerste hoofdthema, gespeeld door de hoorns, stelt de deugniet Tijl Uilenspiegel zichzelf voor. Ook zijn wandaden later in het stuk zijn goed te volgen, inclusief zijn berechting op het schavot.

Strauss – Heldenleben

Ein Heldenleben is een symfonisch gedicht dat in 1899 in première ging. Het werk werd opgedragen aan het Amsterdamse Concertgebouworkest en haar dirigent Willem Mengelberg. Men heeft het Strauss dikwijls kwalijk genomen dat zijn persoon de hoofdrol vervult in het symfonisch gedicht Ein Heldenleben.

Strauss – Metamorphosen

Metamorfosen in c mineur (1946) is een langgerekt adagio, dat een serie dieptreurige stemmingsbeelden bevat. Deze instrumentale klaagzang geldt als het laatste grote werk van Strauss. Duidelijk klinkt het thema van de begrafenismars uit Beethovens Symfonie 3, bijgenaamd Eroica.

Strauss – Rosenkavalier

Richard Strauss laat zich in de opera Der Rosenkavalier (1911) van een geheel andere kant zien dat de operaliefhebber gewend van hem is. Het betreft is een super romantische opera die zich afspeelt in het Wenen van de 18e eeuw. Lyrische momenten, eenvoudige melodieën en lachwekkende situaties volgen elkaar op.

Strauss – Hoboconcert

Het Hoboconcert is een vierdelige compositie waarvan de delen zonder onderbreking in elkaar overgaan (doorgecomponeerd). Het stuk staat in de toonsoort D en duurt circa 25 minuten. Een viertonig motief, aan het begin van het stuk, gespeeld door de cello zal zich door het hele werk laten horen.

Strauss – Hoornconcerten

Richard was nog maar net achttien toen hij zijn Hoornconcert 1 schreef. Hij droeg dit op aan zijn vader. Veel later, pas in 1942, Strauss was toen negenenzeventig, componeerde hij het magistrale Hoornconcert 2.