Liszt – Prometheus

Oorspronkelijk (1850) bestond het werk uit een ouverture en koren. Vijf jaar later herschreef Liszt het werk tot een eendelig symfonisch gedicht. Pijn, hoop en overwinning zijn de muzikale ingrediënten in het werk. Vanwege de vele dissonanten, de weinig herkenbare melodieën, en de ingewikkelde ritmiek werd het stuk omschreven en bekritiseerd als de nieuwe muziek van dat moment en werd daarom niet door iedereen in dank afgenomen.

Strauss – Tod und Verklärung

Tod und Verklärung gaat over een stervende man (artiest) die zijn leven lang gestreefd heeft de hoogste doelen te bereiken. Strauss beschrijft de doodsangst van de man die zijn leven nog niet wil opgeven.

Strauss – Tijl Uilenspiegel

In het eerste hoofdthema, gespeeld door de hoorns, stelt de deugniet Tijl Uilenspiegel zichzelf voor. Ook zijn wandaden later in het stuk zijn goed te volgen, inclusief zijn berechting op het schavot.

Strauss – Heldenleben

Ein Heldenleben is een symfonisch gedicht dat in 1899 in première ging. Het werk werd opgedragen aan het Amsterdamse Concertgebouworkest en haar dirigent Willem Mengelberg. Men heeft het Strauss dikwijls kwalijk genomen dat zijn persoon de hoofdrol vervult in het symfonisch gedicht Ein Heldenleben.

Liszt – Consolations

In 1850 publiceerde Liszt zijn Consolations, een set van 6 korte pianostukken welke vergeleken kunnen worden met de Lieder ohne Worte van Felix Mendelssohn. In hetzelfde jaar werden zijn 3 Liebesträume gepubliceerd.

Skrjabin – Prometheus

Skrjabin ging met zijn gesamtkunstwerk nog een flinke stap verder. Hij wilde zowel luisteraars als musici in extase brengen met behulp van geluid, licht, kleur, temperatuur, geur en seksueel genot. In 1912 werd het symfonisch gedicht Prometheus door het Amsterdamse Concertgebouworkest onder leiding van Willem Mengelberg uitgevoerd.

Strauss – Don Juan

Strauss componeerde zijn Don Juan opus 20 op 24 jarige leeftijd. Het is een werk voor groot symfonieorkest, waaronder maar liefst zes hoorns. (Dit instrument was het lievelingsinstrument van Strauss. Hij was de zoon van een hoornvirtuoos).

Dukas – L’apprenti sorcier

De in Parijs geboren Paul Dukas (1865-1935) is het meest bekend van zijn symfonisch gedicht Tovenaarsleerling (L’apprenti Sorcier) uit 1897 naar een ballade van Goethe.

Resphigi – Fontana di Roma

De Fonteinen van Rome uit 1916 bestaat uit een cyclus van vier korte symfonische gedichten die elk een historische plek met een fontein aanwijzen.

Strauss – Alpensymfonie

Met een stralende zon in het ochtendgloren opent de Alpensymfonie. Allereerst is daar gerommel en gebrom in de lage registers. Dan met de eerste zonnestralen barst het orkest los.