Martinů – Dubbelconcert

Vanwege de oorlogsdreiging verbleef Martinů de late jaren dertig in Zwitserland. Daar verscheen in 1938 zijn eerste grote succes: Dubbelconcert voor twee strijkorkesten, piano, en pauken. Het concert heeft duidelijk verwantschap met het oude Concerto Grosso. Het stuk herbergt, behalve persoonlijke ervaringen, de angstige tijd van die jaren voor de oorlog.

Janáček – Suite voor strijkers

Toen Janáček Suite voor strijkers schreef, was hij drieëntwintig. Het heftige en tegelijkertijd zo beroemde geluid van de Janáček-machine op haar hoogtepunt zou vooral te horen zijn in zijn vermaarde Sinfonietta uit 1925.

Dvořak – Slavische dansen

De Slavische dansen, gecomponeerd tussen 1878 en 1888, staan bol van oude Tsjechische dans- en volksmuziek. De ontdekker van Dvořak, de grote componist Johannes Brahms, zelf componist (arrangeur) van de Hongaarse dansen, zou erop aangedrongen hebben om de bundels uit te geven.

Smetana – Mijn vaderland

Mijn vaderland betreft een cyclus van zes symfonische gedichten waarvan het tweede, de Moldau een wereldhit genoemd mag worden. Het is eigenlijk spijtig dat de overige vijf delen weinig gespeeld worden.

Dvořak – Dumka trio

Dvořak dumka’s (of dumki) zijn zeer bekend geworden, met name het genoemde Pianotrio in e mineur dat uit zes delen bestaat en bedoeld is voor piano, viool en cello.

Smetana – Strijkkwartet

Smetena gaf het Strijkkwartet nr. 1 de bijnaam Uit mijn leven, omdat het in vogelvlucht zijn leven behelst.