Webern – Langsamer Satz

De eerste werken van Webern behoren niet tot de toenmalige avant-garde. In 1904 verscheen zijn symfonisch gedicht Im Smmerwind, een stuk dat nog aansloot bij de laatromantiek. Een eveneens tonaal werk, zij het met veel chromatiek, van de componist is Langsamer Satz uit 1905.

Berg – Lyrische Suite

In 1925 verscheen de Lyrische Suite voor strijkkwartet, een lyrisch dramatisch werkstuk. Volgens insiders zou het stuk zeer geschikt zijn als achtergrond voor een gruwelijke film of documentaire. De Lyrische Suite bestaat uit 6 delen en is grotendeels opgesteld in de twaalftoonstechniek.

Schönberg – Pierrot Lunaire

In 1912 voltooide Schönberg zijn opus 21, Pierrot Lunaire. Het werk, bestaande uit 21 liederen, is geïnspireerd op gedichten rond Pierrot, de clown uit de commedia dell’arte. Het werk is geschreven voor spreekstem (meestal sopraan) begeleid en omspeeld door dwarsfluit en piccolo – klarinet en basklarinet – viool en altviool – cello – piano.

Berg – Lulu

In 1928 begon Alban Berg aan de opera Lulu. Het verhaal brengt ons het bizarre leven van de mooie Lulu (sopraan), een danseres en femme fatale die aan de lopende band mannen verleidt. Zij wordt ook begeerd door een lesbische gravin (mezzo).

Berg – Zeven vroege liederen

Berg schreef zijn Zeven vroege liederen (Sieben frühe Lieder) voor lage stem en piano in de periode 1905 – 1908. Ze werden herzien en georkestreerd in 1928.

Berg – Wozzeck

‘Een heuse nachtmerrie’ werd Wozzeck door een criticus genoemd. Het werk wordt thans beschouwd als een hoogtepunt van het expressionisme in de muziek. De opera telt 3 akten, onderverdeeld in 15 scènes.