Wagner – Fliegende Holländer

De Vliegende Hollander (Der fliegende Holländer) is een opera van de Duitse componist Richard Wagner (1813 – 1883 ). Mede geïnspireerd door een verhaal van de dichter Heinrich Heine, schreef hij het werk nadat hij zelf een bizarre zeereis had meegemaakt. Om te breken met de traditie van diverse aktes in een opera wilde de componist dit keer een eenakter maken.  Behalve de muziek schreef Wagner ook het libretto. Wagner zelf dirigeerde de première in 1843 in Dresden. Met de Vliegende Hollander begon de echte carrière van de componist, die op dat moment in grote geldnood verkeerde. Het werk wordt heden ten dage gewoonlijk in drie aktes uitgevoerd.

De sage vertelt over een spookschip waarvan de kapitein (de Vliegende Hollander, bariton) is veroordeeld om eeuwig over de wereldzeeën te zwerven. Eens in de zeven jaar mag hij naar het vaste land om een vrouw te zoeken. Als deze hem trouw blijft zal hij verlost zijn, heeft een engel hem beloofd. Aan het vaste land van de Noorse kust ontmoet hij een schipper. Deze vertelt hem over Senta (sopraan), zijn nog ongehuwde dochter. De kaptein belooft de schipper goud als hij zijn dochter mag huwen. In de tweede akte zien we Senta verrukt kijken naar het schilderij De vliegende Hollander. Tijdens de ontmoeting tussen de ongelukkige Hollandse kaptein en Senta lijkt het liefde op het eerste gezicht. Zij herkent de schipper van het schilderij en belooft hem trouw. Haar aanbidder Erik (tenor) zal er echter alles aan doen om een huwelijk tegen te houden. Tijdens de derde akte vertelt Erik in het bijzijn van de kaptein over de ontrouw van Senta. De Hollander gaat naar zijn schip en vaart weg. Senta rent hem na, en om haar trouw te bewijzen stort ze zich in zee.

Geliefde momenten zijn: Ouverture, Mit Gewitter und Sturm, Die Frist ist Um, Summ und Brumm, Wie aus der Ferne, Steuermann lass die Wacht, Senta’s Ballade.

Er wordt beweerd dat het Zeeuwse stadje Terneuzen de woonplaats van de kaptein van het spookschip Vliegende Hollander zou zijn geweest. De Engelse zeemans-schrijver Frederick Marryat omschreef het volksverhaal in zijn boek The Phantom Ship (1839).

Rond 1840 vertoefde de zevenentwintigjarige Wagner in Parijs. Hij was onbekend en had nauwelijks geld. Hij probeerde zijn opera’s Rienzi en Der fliegende Holländer aan de Parijse operahuizen te slijten. Toen dit niet  lukte nam hij opdrachten aan om bewerkingen te maken van bestaande en succesvolle van opera’s van Donizetti (1797 – 1848). Tevens was hij in die moeilijke beginjaren actief als cultureel journalist.

WAGNER DE VLIEGENDE HOLLANDER NUMMER 672